Onrust in de wereld? Dan willen we met vakantie
ANWB Vakantiemonitor 2026

Uit de jaarlijkse ANWB Vakantiemonitor blijkt dat 85% van de Nederlanders van plan is om in 2026 op vakantie te gaan. Bijna 15% verwacht thuis te blijven, waarbij financiële redenen het vaakst worden genoemd. Opvallend is dat 45% juist extra behoefte aan vakantie voelt door de onrust in de wereld. Gemiddeld verwachten Nederlanders in 2026 23,5 dagen op vakantie te zijn.
De monitor laat zien dat trends zoals het gebruik van AI en het meewegen van weersomstandigheden met extreem weer snel groot zijn opgepakt door de reiziger. Nu komt daar ook invloed van geopolitieke omstandigheden bij.
Ondanks stijgende prijzen en geopolitieke onzekerheid blijft het vakantievooruitzicht sterk. Nederlanders kiezen bewust: zij letten op budget en timing, maar gunnen zichzelf vooral rust en tijd samen. Dat is terug te zien in de brede voorkeur voor Europa en het feit dat de zomervakantie duidelijk bovenaan staat als belangrijkste vakantie.
Onrust in de wereld beïnvloedt vakantiegedrag
Bijna de helft van de Nederlanders (45%) geeft aan juist extra behoefte te hebben aan vakantie door de onrust in de wereld. Wereldwijde gebeurtenissen en de toenemende aandacht voor noodsituaties hebben daarnaast ook invloed op het boekgedrag: ongeveer één op de vijf Nederlanders boekt later of kiest vaker voor een last-minute vakantie. Daarnaast twijfelt 8% zelfs of de geplande vakantie in 2026 wel doorgaat.
Europa blijft favoriet, Azië wint terrein
Europa is ook in 2026 veruit de populairste vakantiebestemming: negen op de tien Nederlanders verwachten hun vakantie daar door te brengen. De meest gekozen landen zijn Nederland (39%), Spanje (31%), Duitsland (28%), Frankrijk (26%) en Italië (22%).
Toch kiest een deel van de vakantiegangers voor verre bestemmingen. Vooral Azië wint terrein, met bijna 14% die landen als Thailand, Japan, Indonesië en Vietnam overweegt. Deze bestemmingen zijn vooral populair bij jongeren tot 29 jaar. De interesse in de Verenigde Staten is daarentegen gedaald naar 5%.
Geld bepaalt het vakantieplaatje
Dit jaar geeft 45% van de vakantiegangers tussen de €500 en €1.500 per persoon uit aan een vakantie, waarbij de mediaan rond €1.350 ligt. Stijgende prijzen hebben vooral impact op mensen met een budget tot €1.250. Ruim een derde van de mensen met een beperkt budget voelt de druk van inflatie, vergeleken met één op de vijf bij hogere budgetten. Het vakantiebudget speelt vooral een rol bij Nederlanders van 18 tot en met 49 jaar; in deze groep geeft één op de drie aan dat prijsstijgingen hun keuzes beïnvloeden. Wie zijn vakantie aanpast door inflatie, kiest vaak voor goedkopere bestemmingen, een kortere reis of een locatie dichter bij huis. Toch zegt bijna een derde van de Nederlanders dat stijgende prijzen geen enkele invloed hebben op hun vakantieplannen.
Vakantie in Nederland en btw-stijging
Vanaf 1 januari 2026 is het btw-tarief voor logies verhoogd van 9% naar 21%. Onder Nederlanders die in eigen land op vakantie gaan, zegt 43% dat deze btw-stijging geen invloed heeft op hun plannen. Bijna 31% past de plannen juist aan en 27% weet nog niet wat de invloed van de prijsstijging zal zijn op hun vakantieplannen.
Weersextremen wegen mee
Ruim 55% van de Nederlanders houdt bij het kiezen van een vakantiebestemming rekening met weersextremen door klimaatverandering. Zij vermijden gebieden die gevoelig zijn voor extreme weersomstandigheden en kiezen liever voor bestemmingen met een stabieler klimaat. Daarentegen laat 45% zich niet beïnvloeden door klimaatrisico’s.
Zomervakantie blijft belangrijkste vakantie
De zomervakantie blijft ook in 2026 de belangrijkste vakantie voor Nederlanders: 42% noemt deze periode het belangrijkst. Tegelijkertijd wordt de meivakantie ook dit jaar weer als een belangrijke vakantie gezien; voor 39% zelfs net zo belangrijk als de zomervakantie.
De voornaamste redenen om voor de zomer te kiezen zijn dat het de langste vakantie is (48%) en dat men er het meest tot rust komt (37%). Voor deze lange vakantie kiezen Nederlanders vooral voor een strand- en zonvakantie, een verblijf in een huisje of hotel vanaf één locatie of een rondreis. De auto is het meest gebruikte vervoermiddel, gevolgd door het vliegtuig (51% versus 48%), waarbij een hotel het populairste verblijf is. Bij kortere vakanties domineren stedentrips (45%). Jongeren tussen 18 en 29 jaar verwachten vaker te kiezen voor het vliegtuig, zowel voor lange als korte vakanties, dan vakantiegangers van 30 jaar en ouder.
AI als digitale vakantie-assistent
Steeds meer Nederlanders gebruiken AI-tools bij het plannen van hun vakantie. AI-tools zoals ChatGPT, Gemini en Copilot worden niet alleen ingezet om inspiratie op te doen, maar ook om reisschema’s samen te stellen, een passende bestemming te vinden en activiteiten te plannen, zowel vooraf als tijdens de reis. Vooral jongeren lopen voorop: de helft van de 18- tot 29-jarigen gebruikt AI als hulpmiddel bij hun vakantie, tegenover 14% van de 65-plussers.
De jaarlijkse ANWB Vakantiemonitor is een representatief, kwantitatief onderzoek onder 2046 Nederlanders in de leeftijd van 18-80 jaar en gehouden in december 2025.





























































