De kunst van het balanceren: tussen systeemkritiek en hoopvol handelen

"Is kapitalisme werkelijk de onafwendbare bestemming van de menselijke vooruitgang?” Met die vraag opende Irena Ateljevic – voormalig wetenschapper, tegenwoordig boer, beleidsadviseur, sociaal ondernemer en oud-politicus uit Kroatië haar keynote tijdens de International Adventure Conference aan de Breda University of Applied Sciences. Veertien jaar geleden zette zij haar academische carrière in Nederland aan de kant om, zoals zij het zelf noemt, "niet langer alleen over verandering te praten, maar de verandering ook daadwerkelijk te leven.”
Een wereld uit balans
Ateljevic schetste eerst het sombere beeld van de huidige wereldorde. Zij verwees naar het bekende ontwikkelingsmodel van econoom Walt Rostow uit de jaren zestig, dat ervan uitging dat alle landen dezelfde route naar massaconsumptie zouden volgen, met de Verenigde Staten als ultiem voorbeeld. Dat model, zo stelde zij, presenteerde kapitalisme als de onvermijdelijke bestemming van de mensheid – een aanname die nauwelijks ter discussie werd gesteld.
Het resultaat is een wereld die volgens haar fundamenteel onhoudbaar is geworden. Consumeren werd een soort ritueel waarmee mensen op zoek gaan naar spirituele en emotionele vervulling: producten worden gebruikt, versleten, weggegooid en vervangen, in een steeds hoger tempo. Inmiddels is die consumptiemaatschappij doorgegroeid naar wat Ateljevic de "experience economy” noemt: een economie waarin ook ervaringen worden gecommodificeerd en waarin de mens – in haar woorden – een "hongerige geest” is geworden die nooit verzadigd raakt.
Ondertussen blijven de eerste twee Sustainable Development Goals – het uitbannen van armoede en honger – ver buiten bereik. Ateljevic noemde de cijfers: in 2024 hadden wereldwijd 733 miljoen mensen honger, waarvan zo'n 60 procent in Afrika. Tegelijkertijd telt de wereld 2.781 miljardairs met een gezamenlijk vermogen van 14,2 biljoen dollar. Als extra voorbeeld noemde zij dat het vermogen van Mark Zuckerberg in één jaar tijd met 112,6 miljard dollar groeide – ruwweg twee keer het jaarlijkse bbp van haar geboorteland Kroatië.
Volgens Ateljevic vormt kunstmatige intelligentie de meest recente en meest extreme vorm van deze ontwikkeling: "AI is de ultieme vervreemding.” Zij verwees naar de Britse schrijver Matt Haig, die in zijn werk laat zien hoe technologie en de constante stroom van prikkels – van Spotify tot sociale media – bijdragen aan een klimaat van wat zij "anti-human energy” noemt: krachten die ons weghalen van ons mens-zijn.
In haar keynote keerde steeds één idee terug: we moeten leren omgaan met wat zij noemt "the tension of opposites”. De tegenstellingen waar we liever niet naar kijken, maar die wel bepalend zijn voor onze toekomst:
- economische groei versus ecologische grenzen
- individuele vrijheid versus collectieve verantwoordelijkheid
- welvaart versus welzijn
- globalisering versus lokale veerkracht
Het terugclaimen van onze menselijkheid
Tegenover die structurele kritiek stelde Ateljevic een hoopvoller verhaal: dat van individuele en collectieve agency. Zij haalde antropoloog Jason Hickel aan, die betoogt dat het kapitalisme telkens nieuwe manieren vindt om winstgroei te garanderen – van kolonisatie tot landroof tot privatisering van gemeenschappelijke hulpbronnen – en dat de wereld toe is aan een economisch systeem dat rechtvaardiger, zorgzamer en leuker is. Hickels boodschap, samengevat in de titel van zijn boek "Less is more: how degrowth will save the world”, sluit aan bij Ateljevics overtuiging dat we door minder te nemen, meer kunnen worden. Minder betekent niet automatisch minder kwaliteit van leven. Integendeel. Het kan juist ruimte creëren voor:
- diepere relaties
- meer betekenis
- een sterkere verbinding met de natuur
- een eerlijkere verdeling van middelen
Ook de Nederlandse historicus en oprichter van de School voor Morele Ambitie, Rutger Bregman, kreeg een prominente plek in haar verhaal. Zijn boodschap – stop met het verspillen van je talent en ga iets bijdragen laat volgens Ateljevic zien dat de wil om verandering teweeg te brengen niet zozeer een persoonlijke eigenschap is, maar vooral een mindset. En een mindset, zo stelde zij, is aanstekelijk: die kan worden geleerd en overgedragen.
Als derde inspiratiebron noemde zij de Canadese arts en auteur Gabor Maté, die agency omschrijft als het vermogen om verantwoordelijkheid te nemen voor je eigen bestaan en voor de keuzes die je leven beïnvloeden. Ateljevic verbond dit met het werk van de milieuactiviste Joanna Macy, wier boodschap een van "active hope” is; hoop die niet voortkomt uit optimisme, maar uit moed en verbeeldingskracht..
De tijd van de regeneratieve renaissance
Ateljevic plaatst deze ontwikkelingen in een breder kader dat zij eerder al "transmodernity” noemde: een fundamentele herinrichting van onze (toeristische) wereld, vergelijkbaar met de overgang van de middeleeuwen naar de renaissance. Net zoals destijds het wereldbeeld compleet kantelde – van een platte aarde naar een wereld zoals wij die nu kennen – bevinden we ons volgens haar nu in een "regeneration renaissance”. Haar boodschap is dringend: "We moeten het nu doen, anders overleven we het niet als wereld.”
Binnen die renaissance pleit zij voor een ander concept van avontuur: niet langer primair gericht op adrenaline, maar op zorg, wederkerigheid en verbondenheid. "Wat als we ook ons dagelijks leven als een avontuur zouden zien?”
Regeneratie gaat in de optiek van Ateljevic niet over minder slecht doen, maar over actief herstellen en versterken. Op meerdere niveaus tegelijk:
- ecologisch (herstel van ecosystemen)
- sociaal (sterkere gemeenschappen)
- economisch (eerlijkere systemen)
- persoonlijk (menselijke ontwikkeling en zingeving)
Van de olijfboom van haar grootmoeder tot Terra Meera
Het persoonlijke verhaal van Ateljevic vormde het hart van haar keynote. Ze groeide op een idyllisch Kroatisch eiland op, waar haar grootmoeder olijfbomen plantte zonder ooit te verwachten zelf van de schaduw of de vruchten te genieten – een houding die volgens Ateljevic in onze huidige, op onmiddellijke bevrediging gerichte wereld grotendeels verloren is gegaan.
Als tiener wilde Ateljevic de wereld ontdekken: ze studeerde economie, trouwde en kreeg een kind. Toen brak in de jaren negentig de oorlog uit en migreerde zij naar Nieuw-Zeeland. Ze beschreef hoe het is om als vluchteling zonder de privileges van een westers paspoort tussen twee werelden te leven, zonder ergens echt een plek te hebben. Een promotieonderzoek in Duitsland en werk in Wellington volgden, gevolgd door een masteropleiding Sustainable Development in Wageningen.
Daarna ging zij terug naar haar wortels: naar de olijfbomen van haar grootmoeder. Dat was het moment waarop zij, in haar eigen woorden, stopte met "talking the walk” en begon met "walking the walk”. Op haar geboorte-eiland startte zij een toeristisch project samen met de lokale gemeenschap. Later richtte zij in Sibenik een hub voor ecologie en sociaal ondernemerschap op, en in een verlaten dorp in Servië het project Terra Meera – een centrum voor regeneratie en menselijk potentieel, gericht op verandering op meerdere niveaus tegelijk. Om verandering verder te brengen dan losse projecten, organiseert Ateljevic inmiddels ook een reeks internationale conferenties onder de naam Regenerate Europe, gericht op systemische verandering binnen beleid en samenleving.
"Let's go local”: voedsel als gemeenschapsproject
Een van de projecten die Ateljevic toelichtte, is "Let's go local” – een kort en lokaal voedselnetwerk in Kroatië. De cijfers die zij daarbij noemde, illustreren de paradox van haar land: Kroatië telt 4 miljoen inwoners, ontvangt jaarlijks 21 miljoen toeristen, en importeert tegelijkertijd 90 procent van al het voedsel dat er wordt gegeten. Lokale boeren hebben volgens haar nauwelijks onderhandelingsmacht tegenover grote supermarktketens en distributeurs.
Voor Ateljevic ligt de kern van het probleem in ongelijkheid – en de oplossing dus in het lokaal organiseren van voedselsystemen. "Let's go local” is daarom uitdrukkelijk meer dan een voedselproject: het is wat zij een "commoning project” noemt, gebaseerd op vertrouwen, relaties, wederkerigheid, voedselsoevereiniteit en lokale zeggenschap. Boeren, chef-koks, restaurants en inwoners worden via een digitaal platform met elkaar verbonden, zodat lokaal geproduceerd voedsel een eerlijkere plek krijgt in de regionale economie – en daarmee ook in het toeristisch aanbod.
Moed en doorzettingsvermogen
Ateljevic sloot haar keynote af met een oproep om de structurele kritiek op de huidige economie te blijven combineren met dankbaarheid voor het leven en geloof in de kracht van individueel en collectief handelen. Systemische verandering, zo benadrukte zij, gaat niet vanzelf – het vraagt vooral om moed en doorzettingsvermogen. Haar eigen weg, van hoogleraar in Nederland naar boer, ondernemer en gemeenschapsbouwer in Kroatië, is daarvan het levende bewijs.





























































