NBTC Beleidsmakersdag 2025: Vooruitwerken en verbinden richting 2035

In de groene omgeving van eventlocatie Green Village in Nieuwegein vond eind juni de jaarlijkse NBTC Beleidsmakersdag plaats. Onder het motto ‘Vooruitwerken en verbinden richting 2035’ kwamen beleidsmakers, onderzoekers en toerismeprofessionals samen om te reflecteren op de toekomst van toerisme in Nederland. De dag bood ruimte voor verdieping, ontmoeting en inspiratie. Eelco Snip, Insights Expert bij NBTC gaf een keynote over de nieuwe Forecast 2035. Daarnaast deelden beleidsmakers uit het hele land inzichten over de toekomst van hun bestemming, waaronder Thijs Koster, die sprak over Toerismebeheer in Amsterdam 2021-2025.
Toerisme als middel, niet als doel
Bastiaan Overeem, gastheer namens het Team Bestemmingsontwikkeling van NBTC, opende de dag met een krachtig statement: "Toerisme moet bijdragen aan maatschappelijke opgaven. Het is geen doel op zich, maar een middel om brede welvaart te versterken,” stelde hij. "We moeten opereren vanuit een gedeeld belang en streven naar positieve netto impact.”
De Leidraad Bestemmingsmanagement, een praktisch instrument van NBTC, helpt regio’s en gemeenten om in zeven stappen hun toeristische ambities te realiseren. Voor inspiratie is er de website NLBestemmingsmanagement.nl, waar goede voorbeelden uit het hele land worden gedeeld.
Eelco Snip: "We verwachten 61 miljoen verblijfsgasten in 2035”
Eelco Snip presenteerde de Forecast 2035 – een nieuwe prognose voor het verblijfstoerisme in Nederland in 2035. "Er was in de sector een dringende behoefte aan een update na die in Perspectief 2030,” aldus Snip. "We wilden bovendien weten wat de verwachte nationale groei betekent voor provincies, en hoe ze beleid daarop kunnen afstemmen.”
De cijfers liegen er niet om: Nederland verwacht in 2035 zo’n 61 miljoen verblijfsgasten, een stijging van 12 miljoen ten opzichte van 2023. "Dat betekent dat er elk jaar ongeveer een miljoen gasten bijkomen,” aldus Snip. "Binnenlands toerisme blijft groter dan inkomend toerisme, maar ze groeien langzaam maar zeker naar elkaar toe.” In 2035 worden 33 miljoen binnenlandse en 28 miljoen buitenlandse toeristen in Nederland verwacht.
Afvlakkende groei, maar stevige impact
De groei vlakt wel af ten opzichte van het vorige decennium. Tussen 2012 en 2019 groeide het binnenlands toerisme met gemiddeld 2,9% per jaar, het inkomend toerisme zelfs met 7,4%. Voor de periode 2023–2035 wordt een jaarlijkse groei van 1,1% (binnenlands) en 2,8% (inkomend) verwacht. "We zien dus een afzwakkende groei, maar nog steeds een stevige toename in absolute aantallen.”
Opvallend is de veranderende herkomst van buitenlandse toeristen. "Duitsland en België blijven samen goed voor 40% van het inkomend toerisme, maar Spanje groeit snel en haalt Frankrijk in. De trend van de ‘coolcation’ – toerisme naar koelere bestemmingen – speelt daarin mee. Ook herkomstland Italië laat een stevige groei zien.”
Regionale verschillen
Voor het eerst zijn ook provinciale prognoses ontwikkeld en dan zie je grote verschillen in het land. Snip: "Zuidwestelijke provincies groeien gemiddeld sterker dan bijvoorbeeld Noord-Nederland. Dit heeft te maken met verschillen in herkomstlanden en de groei die daarbij hoort.” Van 7% meer toeristen in Drenthe tot 37% meer toeristen in Noord-Holland, een provincie die er echt uitspringt. "Meer dan de helft van de Spaanse groei komt daar terecht, waarvan het merendeel in Amsterdam.”
Snip benadrukte dat de forecast richting geeft over aantallen te verwachten gasten, maar geen exacte wetenschap is. "Het model is gevoelig voor externe factoren zoals extreem weer, geopolitiek of btw-wijzigingen. Het is geen glazen bol, maar een goed onderbouwd scenario.”
Thijs Koster: "Toerismebeleid wordt volwassen”
Thijs Koster, beleidsadviseur bezoekerseconomie bij de gemeente Amsterdam, bracht een realistische en soms confronterende kijk op toerismebeheer in de hoofdstad. "Ik wil vooral samen met partners in het land kijken hoe we toerisme beter kunnen maken,” begon hij. "Het Amsterdamse verhaal is niet uniek, maar wel leerzaam.”
Van citymarketing naar balans
Koster schetste de ontwikkeling van het Amsterdamse toerismebeleid sinds 2004. "Toen draaide het nog om citymarketing: hoe krijgen we meer bezoekers naar de stad? Er werd veel aanbod ontwikkeld en hotels bijgebouwd. Maar in 2016 kwam het besef dat we te veel gericht waren op economische groei. Toen zijn we gestart met het programma Stad in Balans.”
Tientallen maatregelen
Amsterdam heeft inmiddels tientallen maatregelen genomen om toerisme te reguleren. "We hebben een hotel- en beddenplafond, quota voor B&B’s per stadsdeel, regels voor vakantieverhuur, en de toeristenbelasting verhoogd naar 12,5%,” somde Koster op. "Ook het aantal toegestane riviercruises is gehalveerd, touringcars zijn verboden in het stadscentrum en de dagtoeristenbelasting voor cruisepassagiers is verhoogd van 8 naar 14 euro.” Toch draait het niet alleen om restricties. "We willen ook sturen op gedrag. In drukbezochte gebieden zoals de Wallen zijn blowverboden ingevoerd en sluiten we cafés en uitgaansgelegenheden eerder.” Voor Koster is de ‘waardevolle toerist’ is niet per se degene die het meeste uitgeeft, maar degene die zich respectvol gedraagt.”
Van ‘Stay Away’ naar ‘Amsterdam Rules’
De communicatie is ook veranderd. "De ‘Stay Away’-campagne was hard, maar effectief. Nu willen we vriendelijker communiceren, met ‘Amsterdam Rules’. Als je blijft praten over drugs, drank en prostitutie, dan trek je precies dat soort aandacht.” Daarnaast zet de stad in op ruimtelijke spreiding en het tegengaan van monocultuur. "We investeren in aantrekkelijke buurten buiten het centrum, stimuleren winkeldiversiteit en spreiden vrijetijdsvoorzieningen.”
Een volwassen beleid
"Toerismebeleid is volwassen geworden,” stelde Koster. "Het gaat niet meer alleen over marketing of economie. We hebben het nu ook over huisvesting, ruimtelijke ordening, stedelijke ontwikkeling, vastgoedstrategieën en belastingheffing. Het is een meer gebalanceerde benadering van toerisme.” Voor Koster is toerisme in balans zowel regulerend als stimulerend en moet de stad bewuste keuzes maken over het soort bezoekerseconomie dat ze wil bevorderen en erkennen welke vormen van toerisme schadelijk zijn voor steden. Omdat de uitdagingen van Amsterdam niet uniek zijn, is de stad een Europese alliantie gestart: de European Alliance on Balanced Urban Tourism.”
Samenwerken aan een gedeelde toekomst
Tijdens de afsluitende discussie werd duidelijk dat veel regio’s worstelen met vergelijkbare vraagstukken. Minke Rabout (Impuls Zeeland) stelde: "Kunnen we het verhaal niet anders framen? Zeeland ziet er heel anders uit zonder toeristen.” Koster onderschreef dat: "Toeristen dragen bij aan de instandhouding van het openbaar vervoer in Amsterdam. We moeten ook dat verhaal blijven vertellen.”
Van over- naar ondertoerisme
Maar er zijn ook hele andere verhalen in het land. Zo vindt 83% van de Groningers dat toeristen welkom zijn in de provincie. In de regionale economische agenda Nij Begun zijn toerisme en recreatie belangrijke pijlers. Om toerisme te stimuleren moet de regio juist iconisch denken en een attractie realiseren die past bij het karakter van het gebied, maar wel toeristenstromen op gang kan brengen. Rond de randmeren zijn ze al in de uitvoeringsfase met Veluwe aan Zee waar bestaande thematische stranden zijn verbonden en onder één naam in de markt worden gezet. De aansluiting met de Veluwe en bereikbaarheid van de stranden voor de lokale bevolking zijn daar belangrijke aandachtspunten. In het hart van de Randstad is in de gemeente Haarlemmermeer het project Park 21 nog springlevend. Het idee van een second gate voor Amsterdam onder de naam Holland World is bij het grofvuil gezet en ingeruild voor een lokale en regionale ontwikkeling. Het gebied van 1.000 hectare moet evolueren van een agrarisch gebied naar een parkachtig landschap met als attractie een Flevohof 2.0. Rond de IJssel krijgt het 3e Waterverhaal tractie en gaat het richting een uitvoeringsagenda.
NBTC-directeur Yvonne Nassar sloot de dag af met een oproep tot samenwerking: "Het gaat vooral over samenwerken, elkaar iets gunnen, aan de slag gaan met elkaar, kennis en ervaringen delen. Dat is precies de reden waarom we deze dag organiseren. Het werkt het beste als je elkaar in de ogen kunt kijken.



























































