Geplaatst op: 04-12-2013
Auteur: Han Verheijden

Hoe recreatieparken kunnen bijdragen aan de agro- en wooneconomie

Hoe recreatieparken kunnen bijdragen aan de agro- en wooneconomie

Laatst werd ik ergens in het land gevraagd een discussie te leiden over de toekomst van de verblijfsrecreatie. Aanleiding was de verloedering van de campings en bungalowparken in de betreffende regio. Omdat veel bedrijven onderbezet zijn en dus geen geld verdienen, is er al jarenlang niets gedaan aan onderhoud of vernieuwing. Het gebruik van zulke ‘uitgewoonde’ accommodaties varieert. Naast recreanten, die hier voor heel weinig geld toch nog een (permanent?) groen plekje hebben, zijn er veel arbeidsmigranten en mensen die om verschillende redenen (echtscheiding, uithuisplaatsing, tijdelijke baan, etc.) tijdelijk geen fatsoenlijk huis ter beschikking hebben.


De plaats waar ik de discussie leidde staat niet op zichzelf. Niet-recreatief gebruik van vakantieparken komt in bijna alle tuinbouwgebieden rondom de grotere bevolkingsconcentraties voor. Denk aan West-Brabant, de Veluwerand, Noord-Limburg en de regio Amsterdam. Logisch, want hier is grote behoefte aan tijdelijke huisvesting voor zowel de stadsbewoners in nood als de arbeidsmigranten. En er zijn hier veel oude parken, want deze groene gebieden zijn vaak oorspronkelijk toeristengebieden voor de eerste generatie verblijfsrecreanten. Dus enerzijds is er veel vraag en anderzijds zijn er voldoende (oude!) recreatieve verblijfsaccommodaties voorhanden.


Buiten de overheid lijkt iedereen ook tevreden met deze ontwikkeling. De arbeidsmigrant heeft een goedkoop dak boven zijn hoofd, de overheid heeft geen omkijken naar huisvestingsproblemen van lastige doelgroepen en de recreatieondernemer heeft weer omzet. Toch valt de werkelijkheid veelal tegen. Veel parken verloederen namelijk in hoog tempo. Er zijn nauwelijks regels en de ondernemer weet bijna niet wie hij in zijn accommodatie heeft ondergebracht. Soms ontstaan er zelfs moderne vrijplaatsen waar illegaliteit en zelfs criminaliteit welig tieren. De politie heeft het al over de Nederlandse ‘no-go areas’, analoog aan de status van veel woonwagenkampen in de vorige eeuw.


De overheid reageert vaak pas als de situatie behoorlijk uit de hand loopt. Neem de West-Brabantse gemeente Zundert: hier zijn een camping (Fort Oranje) en een bungalowpark (Parc Patersven) hun recreatieve functie volledig kwijtgeraakt. Uit openstaande ramen klinken allerlei talen: niet die van Duitse of Franse toeristen, maar die van Roemeense, Bulgaarse en Poolse arbeidskrachten. Zij hebben nauwelijks leefruimte, omdat ze met velen in krappe recreatiewoningen worden gehuisvest. In hun vrije tijd vervelen ze zich en dat leidt dan weer tot irritaties, onderling of met andere bewoners van het park. In deze parken treft de politie ook wietplantages, ondergedoken illegalen en andere ongewenste bezoekers aan. Burgemeester Poppe van Zundert vat het mooi samen als ze stelt dat "hier alles gebeurt wat niet mag”.


Ik denk dat we minder defensief op dit nieuwe vraagstuk moeten reageren. Kreten als "De parken moeten weer een toeristische functie krijgen”, want "dat staat in het bestemmingsplan” of "wij vertikken het om in onze gemeente alle huisvestingsproblemen van de regio op te vangen” zijn in mijn ogen zinloos. We moeten begrijpen dat het hier om een afgeleide van de moderne woon- en agro-economie gaat en dat schept ook kansen. In de betreffende regio’s zal het toerisme nooit meer zo massaal zijn als enkele decennia geleden. Met andere woorden: hier is sprake van structurele, recreatieve overcapaciteit. Maar daarmee is niet gezegd dat de parken geen functie meer hebben.


Met een toenemende arbeidsimmigratie, flexibilisering van de arbeidsmarkt in het algemeen en de grote aantallen echtscheidingen zal de vraag naar tijdelijke huisvesting blijvend toenemen. Er zijn nu al 300.000 Oost-Europese arbeidsmigranten in ons land, en met de EU-uitbreidingen worden dat er meer. En die hebben allemaal behoefte aan een fatsoenlijk dak boven hun hoofd.


Waarom maken we dus voor deze doelgroep geen verblijfcomplexen met uitstekende logiesvoorzieningen en perfecte service, zoals wasserettes, winkels met een aangepast assortiment, ontmoetingsruimten, sport- en fitnessvoorzieningen en praktijkruimten voor artsen of andere hulpverleners in de eerstelijnszorg. Veel recreatieondernemers zouden hun bedrijf kunnen herstructureren en een goede rol als gastheer en beheerder kunnen spelen. De nieuwe parken kunnen de negatieve reputatiedruk van accommodaties die wel toeristische potenties hebben weghalen en de overcapaciteit in de toeristische accommodatiemarkt verlagen. We geven daarmee bovendien bonafide uitzendbureaus en werkgevers de kans om verantwoord personeelsbeleid te voeren. Onze tuinders en andere ondernemers krijgen weer gemakkelijker goede arbeidskrachten en de openbare orde zal minder worden verstoord. Kortom, in vele opzichten, zeker ook in regionaal economische zin, is er veel te winnen. En de recreatiesector kan weer focussen op locaties en formules die wel een positieve bijdrage leveren aan de vrijetijdseconomie.

Topics:Beleid
Trefwoorden: bungalowparken, campings, chaletparken, permanente bewoning, beleid

||| Nieuws |||

06/01/26
Barbara Oomen wordt directeur Watersnoodmuseum
Barbara Oomen - afgelopen drie jaar directeur HZ University of Applied Sciences in Vlissingen - wordt de nieuwe directeur-bestuurder van het Watersnoodmuseum. Zij neemt vanaf 15 januari 2026 het stokje over van Siemco Louwerse, die eind vorig jaar afscheid nam.
05/01/26
Exclusief voor leden
Natuurhuisje lanceert nieuwe campagne ‘Ik wacht op je’
Het nieuwe jaar werd door boekingsplatform afgetrapt met de campagne 'Ik wacht op je. Hiermee keert het platform na aandacht voor niet ver reizen in de campagne 'Niet vliegen wel landen' weer terug bij de kern van Natuurhuisje, de liefde voor de natuur.
05/01/26
Avonturenpark Hellendoorn viert 90-jarig jubileum en bouwt nieuwe attractie: OerKracht
Avonturenpark Hellendoorn maakt zich op voor een bijzonder feestelijk jaar. In 2026 bestaat het park 90 jaar en dat jubileum wordt groots gevierd. Tegelijkertijd opent het park de nieuwe attractie OerKracht, een 12 meter hoge reuzenschommel.
05/01/26
Inrichten van een vakantiewoning door minimalisme met een warme twist
Als we kijken naar de trends in de reiswereld en de inrichting van luxe vakantievilla’s en hotels, valt één ding op: we zijn klaar met visuele drukte. De tijd van volgestouwde interieurs met veel tierelantijnen en schreeuwerige prints is voorbij. De moderne reiziger, en dus ook de moderne huiseigenaar, zoekt naar plekken die de geest tot rust brengen. In de hospitality branche wordt dit vaak vertaald naar designs die de natuur naar binnen halen en die eenvoud omarmen. Een trend die hier naadloos op aansluit en die we steeds vaker terugzien in high-end projecten, is de Japandi stijl. Het combineert de Japanse liefde voor imperfectie (Wabi-Sabi) met de Scandinavische hygge.
05/01/26
Openluchtmuseum behaalt bezoekersrecord in 2025
Het was een spannend jaar voor het Nederlands Openluchtmuseum. Kon het de legendarische grens van 600.000 bezoekers passeren? Het is net niet gelukt. Het is wel een nieuw bezoekersrecord geworden.
05/01/26
Exclusief voor leden
Werknemer wil zich graag ontwikkelen in 2026
Meer dan een kwart (27%) van de Nederlandse werknemers wil in 2026 een cursus, training of opleiding volgen via het werk. Het meest opvallend is het hoge realisatiepercentage: 77% verwacht dit voornemen ook écht waar te maken in 2026.
30/12/25
VrijetijdsTrends 2026: Balans, Kamperen en Hyperpersonalisatie domineren het jaar
Het jaar 2026 zal voor de vrije tijd draaien om balanstijd, camping comeback, slow travel en hyperpersonalisatie. Bestedingen aan leisure en toerisme stijgen licht met 1-2%. Wat ziet Goof Lukken in deze trends nog meer?
23/12/25
Horeca in 2026: Gematigde groei, bij stijgende prijzen
De vooruitzichten voor de Nederlandse horeca in 2026 zijn voorzichtig positief. Consumenten geven naar verwachting iets meer uit dankzij een verbeterde koopkracht, maar uitbundige groei blijft uit. ING Research voorspelt een volumegroei van circa 1% voor de sector bij een gemiddelde prijsstijging van 4%. Het lage consumentenvertrouwen en zorgen over hoge prijzen temperen de bestedingen.