WadNext: Van Werelderfgoed tot moeilijke keuzes voor toerisme

Op de tweede dag van de WadNext-conferentie op Ameland kwamen toerisme, natuur en lokale gemeenschappen samen rond één vraag: hoe houd je een kwetsbaar gebied als de Waddenzee leefbaar, terwijl toerisme er onvermijdelijk deel van uitmaakt? De dag opende met een keynote over de Werelderfgoedstatus van de Waddenzee, kreeg een jonge tegenstem via de Wadden Youth Council, boog zich in een Europees project over duurzaamheidsvaardigheden in de sector en sloot af met de vraag die de hele conferentie onderhuids aanwezig was: ‘wat zijn we bereid op te geven?’
Werelderfgoedstatus als motor voor duurzaam toerisme
Marlies Schelhaas, secretaris-generaal van de Nederlandse UNESCO-commissie, opende met de geschiedenis van UNESCO, opgericht in 1945 vanuit het besef dat vrede georganiseerd moet worden. Vrede en duurzame ontwikkeling steunen volgens haar niet alleen op wetten en verdragen, maar minstens zo veel op wat mensen weten, begrijpen en delen. Samengevat in de 'soft power' van UNESCO: "Krachten die verbinden, luisteren en ruimte creëren. Krachten die bruggen bouwen waar anderen muren zien.” Inmiddels telt UNESCO 193 lidstaten. Wereldwijd zijn er 1.273 Werelderfgoedsites, 13 in Nederland waarvan de Waddenzee, gedeeld met Duitsland en Denemarken, het enige natuurlijke erfgoed is.
Een Werelderfgoedstatus trekt bezoekers, maar te veel toerisme kan het erfgoed beschadigen. Als voorbeeld noemde Schelhaas Venetië, dat met toeristenbelasting en een cruisegrouplimiet grip probeert te krijgen op overtoerisme. Vooralsnog zonder doorslaggevend succes. Ze onderscheidde vier bouwstenen van UNESCO's aanpak.
- Bescherming: het Belize Barrier Reef Reserve System stond in 2009 op de 'danger list' door overontwikkeling en oliewinning, maar werd in 2018 dankzij strenge maatregelen weer van die lijst gehaald.
- Beheer: sites als het Eisinga Planetarium en het Rietveld Schröderhuis spreiden bezoekersstromen, onder meer via verplichte rondleidingen.
- Bewustwording: het Waterliniemuseum informeert wandelaars en fietsers over de Nieuwe Hollandse Waterlinie.
- Betrokkenheid: op Paaseiland kreeg de lokale gemeenschap vanaf 2018/2019 volledige verantwoordelijkheid over het parkbeheer. "Internationaal pionierswerk”, aldus Schelhaas. Bescherming lukt volgens haar alleen mét lokale stakeholders: "Zij zijn de mensen naar wie je moet luisteren, met wie je moet praten en mee moet beslissen.”
Aansluitend ging Sjon de Haan, coördinator Waddenzee Werelderfgoed in op de praktijk. Zijn grootste uitdaging: "Tijd”, vatte hij kernachtig samen dat hij illustreerde met de oprichting van Visit Wadden, de marketingorganisatie voor Werelderfgoed Waddenzee. "Het kostte vijf, zes jaar om politici te overtuigen en marketingorganisaties te laten samenwerken.” De financiering van Visit Wadden blijft een zorg. De Haans droom is structurele provinciale steun van zo'n 300.000 euro per jaar. De volgende grote uitdaging ziet hij in het verder samenbrengen van stakeholders en bezoekers uit Nederland, Duitsland en Denemarken.
De Wadden Youth Council als hoeder voor de toekomst
Margreet Smit van de Wadden Youth Council bracht het jongere geluid. "We zijn niet alleen denkers, we zijn ook doeners,” opende ze. De raad bestaat pas een jaar, telt twaalf leden, maar heeft al concrete projecten lopen: een lid vist met een surfboard zwerfvuil uit het wad, en Smit zelf is betrokken bij een project dat zeegras aanplant in de Waddenzee: verdwenen in de loop van meer dan een eeuw, terwijl het volgens haar cruciaal is als kraamkamer voor jonge vis én voor CO2-reductie.
Op de vraag om advies over (duurzaam) toerisme had ze een directe oproep aan beleidsmakers: "Kom uit je kantoor. Ga het gebied in, ga de natuur in, en ontdek wat er belangrijk is. Want wij jongeren zijn er nog steeds als jullie er niet meer zijn.” Haar kernboodschap was helder: minder praten, meer doen en vooral: luister naar wie hier woont.
3ST: proces vóór de oplossing
Harm IJben (Impuls Zeeland) en Mark Hauge Østergaard (Destination Fyn, Denemarken) presenteerden 3ST, een project met veertien partners in zes landen rond duurzaamheidsvaardigheden in toerisme. Dat lijkt heel erg over techniek en oplossingen te gaan maar is vooral een project over mensen. Voor IJben is de hamvraag: "Hoe kunnen mensen samenwerken om toerisme te transformeren naar duurzamer toerisme?” Toerisme creëert waarde, benadrukte IJben, maar zet ook druk op lokale hulpbronnen: energie en water en produceert afval. Vanuit gesprekken met kleine en middelgrote ondernemers signaleerde hij terugkerende knelpunten: gebrek aan vaardigheden en middelen, een mismatch tussen beleid en praktijk, een complex ecosysteem, en de neiging te snel met kant-en-klare oplossingen te komen. "Als je direct met oplossingen aan de slag gaat, kom je er later achter dat je een hoop dingen hebt gemist”, constateerde hij nuchter.
De aanpak van 3ST is bewust simpel: begin met het proces, niet met de oplossing. Breng de juiste mensen samen, verken het probleem gezamenlijk, ontwikkel een gedeelde visie, en test, leer en pas aan. In negen pilotgebieden verspreid over zes landen zijn ze daarmee aan de slag gegaan. In de pilot van Destination Fyn bleek, na een stakeholderanalyse onder 120 SME's, dat afvalscheiding het gedeelde thema was. Niet omdat ondernemers geen kennis hadden van afvalscheiding, maar omdat gasten hun afval niet goed scheidden, met boetes en extra werk tot gevolg. De combinatie van workshops, één-op-één-begeleiding én onderlinge kennisdeling bleek het meest effectief: "Een camping kon een hotel inspireren, en vervolgens weer een attractie.” Flexibiliteit was cruciaal, want deelnemers verschilden enorm in omvang en duurzaamheidsvolwassenheid: "Er is geen oplossing die iedereen past.” IJben vatte het mooi samen: "blijvende verandering vraagt gedeeld eigenaarschap en voortdurende ondersteuning.”
Misschien moet er iets verdwijnen
Het congres sloot af met een kampvuurgesprek tussen Ewout Versloot (NBTC) en Elke Dens (Place Generation), met volop inbreng vanuit de zaal. Het leitmotiv bleek al snel pijnlijk maar wordt nog nauwelijks gevoerd: ‘wat ‘zijn we bereid op te geven?
Dens opende met een pleidooi om als sector uit de eigen bubbel te komen: "Toerisme raakt heel veel domeinen en kan ook daar waarde creëren.” Versloot voegde toe: "We moeten niet om aandacht vragen, maar onze waarde bewijzen.” Dens herkende daarin een Calimero-houding die de sector nog te vaak parten speelt, en wees er tegelijkertijd op dat veel aandacht uitgaat naar de gast, weinig naar de lokale gemeenschap.
Versloot bracht de kern van het gesprek in: "We horen hier veel positieve verhalen, maar niet de trade-offs.” Dens: "Als de sector serieus nadenkt over toerisme in 2040, moet ook onder ogen worden gezien dat er dingen verloren gaan.” Ze noemde als voorbeelden de dreiging van een moeilijk bereikbaar Ameland, en Hawaï, dat in 2040 wil stoppen met cruises en op de koop toe 62 miljoen dollar aan inkomsten opgeeft.” Dens: "Als we dingen willen bereiken, moeten we ook dingen opgeven.” De grote vraag is of de sector al klaar is voor die moeilijke gesprekken. Dens had daar met haar 'Place First'-aanpak wel een praktische oplossing voor: "Kijk door de lens van de plek, niet door die van de sector. Als je ziet wat een plaats uniek maakt en in de toekomst nodig heeft, komt pas de vraag of toerisme daaraan kan bijdragen. Soms niet, en dat moeten we ook erkennen” Dens had nog wel een mooi voorbeeld in de achterzak uit Brugge, waar op de vraag naar de herbestemming van een klooster het antwoord van de bevolking luidde: zeker geen hotel.
Versloot wees op de wederkerigheid van hospitality: "Je moet een geweldige host zijn, maar ook een geweldige gast.” Hij was daarbij eerlijk over zichzelf: "Toen ik hierheen kwam, dacht ik helemaal niet na over de lokale gebruiken en hoe ik een geweldige gast kon zijn.” Dens nuanceerde maar had ook een waarschuwing: "Ik zie nog steeds de schoonheid van toerisme, maar niet iedereen ziet dat zo. Toerisme wordt steeds vaker de zondebok voor andere problemen.” Als oplossingsrichting noemde ze Moloka?i (Hawaï), waar de gemeenschap zichzelf geen 'stakeholders' maar 'stewards of the islands' noemt, met helder belegde rollen en verantwoordelijkheden. Versloot was weer praktisch: "Je kunt niet van een individu verwachten dat die het hele systeem verandert” waarop waarop Dens pleitte voor schaalvergroting via de collectieve kracht van regio's over bestuurlijke grenzen heen.
Vanuit de zaal bracht Anna Pollock het gesprek terug naar de essentie van de uitdaging: "Toerisme moet je zien als een hele efficiënte machine om mensen van de ene naar de andere plek te krijgen. Ik praat liever over hospitality. Dat gaat over het verbinden van mensen, het hart, de warmte.” Margreet Smit, die eerder die dag nog sprak namens de Wadden Youth Council, zond de gedachte dat hogere prijzen toerisme wel kan sturen direct naar de prullenbak: "Daarmee trek je waarschijnlijk niet de toeristen die met respect met je bestemming omgaan.” Versloot: "Met beprijzing laten we de oplossing aan de markt over. Het is een luie oplossing.” Dens was het daar roerend mee eens: "Als je naar toerisme kijkt als een economisch product, kijk je niet naar wat het beste is voor de plek.” Het slotwoord was voor Harm IJben van 3ST, die pleitte voor steun aan lokaal gewortelde bedrijven "die hun hart op de juiste plek hebben.”





























































