Van groei naar waarde: de nieuwe toekomst van toerisme op de Wadden

Op de WadNext-conferentie op Ameland klonk één boodschap in vrijwel elke bijdrage terug: het roer moet om, van steeds meer bezoekers naar toerisme dat waarde toevoegt aan natuur en gemeenschap. Van de gedeputeerden, de EU-commissaris tot de wetenschappers en de praktijk: allemaal reikten ze bouwstenen aan voor toerisme dat waarde toevoegt. Toch blijft aan het eind van de conferentiedag een ongemakkelijk gevoel over......
De bestuurders: Waddeneilanden als proeftuin
De conferentie opende met een gesprek met twee Friese gedeputeerden, Matthijs de Vries en Friso Douwstra, die vanuit hun eigen portefeuilles de spanning op de eilanden schetsten. Voor De Vries, verantwoordelijk voor onder meer natuur en Wadden, staat de opgave scherp: de Wadden zijn tegelijk Natura 2000-gebied en Werelderfgoed, waar mensen wonen, werken én op vakantie gaan. Die belangen met elkaar in balans brengen is volgens hem de kern van duurzaam toerisme en daarbij moet de sector van mooie woorden naar concrete actie.
Douwstra, met economie, recreatie, toerisme, water en bodem in portefeuille, noemde vooral drinkwater een groeiend zorgpunt: waar water vier jaar geleden nog eens per maand op de agenda stond, wordt het onderwerp inmiddels twee keer per week besproken, mede door aanhoudende droogte. Daarnaast wees hij op de krapte op de arbeidsmarkt: kan de gastvrijheid nog wel bemenst worden? Ook de tweede-woningenproblematiek heeft zijn onverdeelde aandacht: woningen die niet worden verhuurd, leveren de lokale horeca en fietsverhuur niets op, terwijl fiscale veranderingen een golf van verkopen op gang lijken te brengen waarvan het langetermijneffect nog onduidelijk is.
Tegelijk zagen beide bestuurders kansen. De eilanden zijn volgens De Vries bij uitstek geschikt als proeftuin voor een circulaire economie, voor het hergebruik van afval en water. Wat vaak ontbreekt, is niet geld of kennis, maar mankracht om het daadwerkelijk uit te voeren. Concreet voorbeeld: de veren naar de eilanden zouden allang elektrisch kunnen varen, zoals dat in Denemarken en Zweden al jarenlang gebeurt, maar in Nederland loopt dat vast op onder andere netcongestie en perikelen rond de aanbesteding. Douwstra formuleerde de les die daaruit volgt scherp: bestuurders praten veel, maar het echte werk gebeurt in de uitvoering, tussen mensen en teams die elkaar kennen en van elkaar leren.
Die spanning tussen ambitie en uitvoering vormt de rode draad van de conferentie, die vervolgens langs vier invalshoeken werd uitgewerkt: Europees beleid, twee theoretische kaders, en een concrete praktijkcase op het eiland zelf.
Europees beleid: van volume naar waarde
Eurocommissaris Apóstolos Tzitzikóstas (Duurzaam Vervoer en Toerisme) bevestigde in een videoboodschap dat de omslag die de gedeputeerden op eilandniveau beschrijven, ook op Brussels niveau wordt voorbereid. De Europese Commissie zet in op een dubbele omslag: een verschuiving naar duurzaam toerisme en naar het creëren van waarde. "Succes moet niet langer worden afgemeten aan bezoekcijfers, maar aan het welzijn van bewoners en de veerkracht van lokale ecosystemen”. Een van de kernonderdelen is het beheersen van onbalans op veel toeristische bestemmingen: druk bestemmingen ontlasten, terwijl minder bekende bestemmingen worden geholpen om zich te ontwikkelen. Seizoensverbreding, sterkere destinatiemanagementorganisaties, betere data en meer vaardigheden in de sector moeten daarbij helpen. Lokale thema's komen dus ook op Europees niveau en dat is winst voor de sector en beleidsmakers die daarmee een Brussels steuntje in de rug krijgen.
Twee denkkaders: de futures triangle en de doughnut
Waar de Europese strategie het beleidskader schetst, boden Stefan Hartman (ETFI) en Ilektra Kouloumpi (Doughnut Economics Action Lab) instrumenten om die omslag te doordenken.
Hartman gebruikte de futures triangle om te laten zien welke krachten de toekomst van de sector vormgeven: pushfactoren zoals groei, klimaatverandering en arbeidsmarktkrapte, pullfactoren zoals toerisme in balans en destination stewardship, en beperkingen uit het verleden zoals beleidssilo's en beperkte uitvoeringscapaciteit. Zijn boodschap: van ‘toerisme in balans’ (de huidige praktijk, gericht op het minimaliseren van schade) kan de sector doorgroeien naar regeneratie van de plek zelf. Dat gaat verder dan regeneratief toerisme, waarbij niet toerisme maar de plek, de mensen en de maatschappelijke opgaven voorop staan. Hij daagde de zaal uit met prikkelende vragen: wat als bezoekers niet boeken maar vragen om te mogen verblijven? Wat als toerisme structureel meebetaalt aan infrastructuur en natuurherstel, zoals in Bhutan, Palawan en Griekenland al gebeurt?
Kouloumpi vertaalde diezelfde ambitie naar de doughnut-economie van Kate Raworth: leven binnen een sociaal fundament van basisbehoeften en een ecologisch plafond van planetaire grenzen. Haar zeven ontwerpprincipes van groei naar floreren (Toerisme Vlaanderen), het grote plaatje zien (Bioregion Tayside), de menselijke natuur koesteren (de Palau Pledge), systemisch denken (Galapagos), verdeling ontwerpen (gemeenschapsbeheer in Namibië), regeneratief ontwerpen (de Muga-vallei in Catalonië) en opnieuw nadenken over groei (Amsterdams beleid van caps en hotelstops) bieden concrete aanknopingspunten voor precies het soort actie waar de gedeputeerden om vroegen. Haar slotbeeld van een eiland dat aan het eind van het seizoen niet vraagt hoeveel bezoekers er waren, maar of bewoners er nog kunnen wonen en het grondwater is aangevuld, sluit direct aan bij Douwstra's zorgen over drinkwater en woningen op Ameland.
De praktijk: Klein Vaarwater als levend laboratorium
Waar de bestuurders en denkers het kader schetsten, liet Hans van Houten, general manager van vakantiepark Klein Vaarwater, zien hoe die opgave er in de praktijk uitziet. Zijn verhaal begon, niet toevallig, bij precies het onderwerp dat Douwstra als grootste zorg noemde: water. Klein Vaarwater bracht zijn drinkwaterverbruik in twee jaar tijd met bijna een kwart terug, tot ongeveer 39 miljoen liter deels dankzij bewuste ingrepen, deels door andere factoren, zoals Van Houten zelf eerlijk toegaf. Met eenvoudige aanpassingen zoals douches die na twee minuten stoppen en hergebruikt spoelwater bij urinoirs, laat het park zien dat bewustwording en gedrag minstens zo belangrijk zijn als techniek zonder vermanend vingertje.
Ook op energiegebied zet het park stappen: industriële warmtepompen, uitbreidende zonnepanelen en een verkenning naar een eigen zonnepark, met als leidend principe niet ‘hoeveel panelen passen erop’ maar "’hoeveel hebben we nodig en wat kan het landschap dragen’. Grenzend aan het Werelderfgoed Waddenzee ziet Van Houten zijn park als een klein laboratorium waarin water, energie, natuur, toerisme, economie en de eilandbevolking letterlijk op dezelfde vierkante kilometers moeten samenkomen. Bovendien heeft Klein Vaarwater een coöperatieve eigendomsstructuur die in handen is van Amelanders zelf, die lokale verankering ondersteunt.
Van woorden naar uitvoering
De lijn door de dag is daarmee compleet: de gedeputeerden benoemden de spanning tussen ambitie en uitvoeringscapaciteit, de Europese Commissie werkt aan het beleidskader, Hartman en Kouloumpi leverden de denkmodellen om verder te kijken dan schadebeperking, en Klein Vaarwater toonde dat die modellen op eilandschaal al vorm krijgen — met vallen en opstaan, en zonder de illusie dat het werk ooit klaar is. Douwstra's observatie dat het echte werk niet in bestuurskamers maar tussen teams in de uitvoering gebeurt, vat de opgave voor de sector treffend samen: de ideeën, de kennis en zelfs een deel van het geld liggen er al.
Maar misschien is dat precies het ongemakkelijke van deze conferentiedag. Iedereen was het roerend eens: minder volume, meer waarde, de bewoner voorop. Diezelfde eensgezindheid hoorden we vorig jaar, en het jaar daarvoor. Elektrische veren varen al tien jaar in Denemarken; hier liggen ze nog vast op een netaansluiting die er niet is. Douwstra bespreekt water inmiddels twee keer per week: niet omdat het beleid tekortschiet, maar omdat de praktijk sneller verandert dan de vergadercyclus. En terwijl bestuurders en wetenschappers het hebben over doughnuts, futures triangles en flourishing destinations, telt Klein Vaarwater gewoon liters en graden, tot achter de komma.
Dat is misschien de echte vraag die in de toekomst niet ontweken kan worden: wie is bereid om, wanneer beleid en belang botsen, ook daadwerkelijk nee te verkopen: tegen meer toeristen, weer een tweede woning, een extra ferrydienst in plaats van het bij mooie woorden en een volgende pilot te laten? Zolang die vraag onbeantwoord blijft, blijft toerisme in balans vooral een intentie. En de Wadden, met hun beperkte ruimte en hun aflopende klok, hebben daar geen tijd meer voor.
Bron: gesprek met gedeputeerden Matthijs de Vries en Friso Douwstra (provincie Fryslân), videoboodschap van EU-commissaris Apóstolos Tzitzikóstas, en presentaties van Stefan Hartman (ETFI), Ilektra Kouloumpi (Doughnut Economics Action Lab) en Hans van Houten (Klein Vaarwater), op de WadNext-conferentie, Ameland.




























































