Meerstemmig erfgoed: nieuwe perspectieven op Paleis Het Loo

Drie eeuwen lang vormde Paleis Het Loo het geliefde buitenverblijf van de Oranjes: stadhouders, koningen, koninginnen en hun hofhouding. Inmiddels is het al meer dan veertig jaar een museum waar iedereen welkom is. Het ademt geschiedenis en is tegelijkertijd springlevend: een historisch paleis en hedendaags museum, nauw verweven met het verhaal van Gelderland, Nederland en Europa.
Hier werd geschiedenis geschreven. In de 17e eeuw liet koning-stadhouder Willem III tuinen aanleggen die de Franse ‘Zonnekoning’ Lodewijk XIV moesten overtroeven en beraamde hij zijn plannen voor de Engelse Glorious Revolution. Koning Willem I ondertekende in de grote zaal zijn troonsafstand en tijdens de Tweede Wereldoorlog confisqueerden de Duitse bezetters het paleis. Ver van Den Haag was het paleis een plek waar besluiten werden genomen en diplomatie werd bedreven.
Tussen 2018 en 2023 onderging het paleis een ingrijpende verbouwing. De ondergrondse uitbreiding van 5.000 m² biedt ruimte voor meer bezoekers en nieuwe tentoonstellingen. De fysieke transformatie vroeg ook om een inhoudelijke herijking: welke verhalen vertellen we en voor wie?
Boventuin met koningssprong. Foto: Paleis Het Loo
Die genoemde grote historische momenten, ofwel de big history van de Oranjevorsten, zijn essentieel om de betekenis van Het Loo te begrijpen. Maar het is ook een selectie. Toen Paleis Het Loo een museum werd in de jaren 80, werd het paleis teruggebracht naar de 17e-eeuwse staat. Latere tijdlagen werden weggehaald: pleisterwerk van de gevel, keukens en dienstvertrekken verwijderd. De formele baroktuinen werden hersteld. De inrichting moest bezoekers laten zien hoe de verschillende Oranjes hier hadden gewoond. Geheel in de tijdsgeest, maar ook beperkt. Paleis Het Loo is als een ui: eeuwenlang zijn er lagen toegevoegd. De vraag is welke lagen we zichtbaar maken en welke niet. De verbouwing gaf ons de ruimte die vraag opnieuw te stellen: hoe vertel je erfgoedverhalen anders? Wie herkent zich erin?
Erfgoed is wat je doorgeeft
Erfgoed is van en voor iedereen – dat is de kern van de nieuwe ICOM-museumdefinitie en van het Verdrag van Faro dat Nederland medeondertekende. Deze internationale kaders benadrukken dat erfgoed niet alleen gaat over objecten, maar ook over mensen en hun relatie tot dat erfgoed. In de verhalen en tentoonstellingen van Paleis Het Loo is multiperspectiviteit de methode om dat principe vorm te geven: niet één stem, maar meerdere perspectieven naast elkaar.
Vrouwen zichtbaar maken
Bij de herinrichting in 2023 kozen we bewust voor twee bewoningsperiodes: Willem en Mary (17e eeuw) aan de oostzijde en Wilhelmina (19e/20e eeuw) aan de westzijde. Deze keuze maakt het mogelijk verschillende generaties én verschillende verhaallagen te tonen en zo ruimte te maken voor nieuwe perspectieven.
In de nieuwe verhaallijn speelt de rol van vrouwen een veel prominentere rol. Op basis van nieuw onderzoek weten we bijvoorbeeld dat Mary II, de Engelse vrouw van koning-stadhouder Willem III, een grotere rol speelde bij de bouw, de tuinaanleg en de diplomatie dan lange tijd werd gedacht. Zij was geen bijfiguur maar koningin van Engeland, met eigen politieke invloed en visie. Door deze stem toe te voegen in de audiotour door het paleis, ontstaat een completer beeld van de macht en internationale context in de 17e eeuw.
Dit onderzoek naar vrouwelijke macht en invloed zetten we voort. In najaar 2027 organiseert Paleis Het Loo in samenwerking met de Koninklijke Verzamelingen en het Huygens Instituut een tentoonstelling over stadhoudersvrouwen. Dit is gebaseerd op een grootschalig digitaliseringsproject van hun brieven. Stadhoudersvrouwen zoals Amalia van Solms, Mary Stuart I en II, Anna van Hannover en Wilhelmina van Pruisen waren netwerkers en diplomaten met veel informele macht. In de tentoonstelling komen ze letterlijk aan het woord.
In context: verzet en kolonialisme
We plaatsen in de nieuwe presentatie het koninklijke erfgoed en Paleis Het Loo nadrukkelijk in context. Dat betekent aandacht voor verzet tegen de Oranjes, voor tegengeluiden in de geschiedenis. Het betekent ook erkennen dat de Oranjes eeuwenlang het gezicht waren van de macht in Nederland en ook waren verweven met het koloniale verleden. Sporen daarvan in de collectie onderzoeken we nader en presenteren we in de historische vertrekken en tijdelijke tentoonstellingen. Deze perspectieven zijn ongemakkelijk, maar noodzakelijk voor een inclusiever erfgoedverhaal.
Het paleis als minimaatschappij
Een ander perspectief wat we op dit moment uitwerken is ‘upstairs, downstairs’. Om Het Loo als hiërarchische minimaatschappij te begrijpen, is het koninklijke niet voldoende. Paleis Het Loo was een zelfvoorzienende buitenplaats. Het paleis functioneerde als sociaal-maatschappelijke eenheid dankzij tientallen mensen die kookten, poetsten, paarden verzorgden en tuinen onderhielden. Hun verhalen maken zichtbaar hoe het systeem werkte, hoe sociale verhoudingen lagen en hoe het dagelijks leven eruitzag. De uitdaging is wel dat de primaire bronnen over personeel schaars zijn. Hun stemmen kunnen we vooral indirect ‘horen’ via stamboeken, loonlijsten of interviews. Deze ‘achter de schermen’-verhalen zijn favoriet bij bezoekers. Ze maken het paleis herkenbaar en menselijk. In onderzoek naar de stallen bijvoorbeeld zoomen we in op het stalpersoneel en hun relatie met de stad Apeldoorn.
Multiperspectiviteit in de praktijk
Wat zie je als eerste op dit schilderij? Zie je prins Hendrik in zijn jachtwagen rijden over de Veluwe? Hendrik liet in het begin van de 20e eeuw veel van de Veluwe aanplanten – op het schilderij is het nog een kale zandvlakte – en had veel passie voor de jacht en het mennen. De jachtwagen is te bekijken in de koetshuizen.
Dat is het bekende perspectief: het koninklijke verhaal, de prins, het rijtuig. Maar multiperspectiviteit betekent bewust kiezen om ook andere verhalen toe te voegen, zoals het perspectief van het personeel. Voorop de bok zit koetsier-majoor Carl Schwebke, achterop hofjager Vogt. Schwebke (1865-1944) kwam in 1901 uit Duitsland naar Nederland en werd koetsier-majoor van koningin Wilhelmina. Hij bleef bijna veertig jaar in dienst, tot 1 mei 1938. Hij woonde met zijn gezin aan de Wendenlaan 18 in Apeldoorn en werd begraven in Hoog-Soeren. In de collectie van Het Loo vind je zijn uniform.
Of kijk naar de dieren. Naar de witte lipizzaners die Hendrik meebracht uit Mecklenburg, zijn geboorteland. We kennen hun namen: Korsar, Koslak, Kathi en Kitty. Deze schimmels waren zijn trots en statussymbool. Achterop zit hond Helga.
Het afgelopen halfjaar onderzocht ik met twee studenten – Geschiedenis (Radboud Universiteit, bachelor) en Cultuurgeschiedenis (Universiteit Utrecht, master) – het stalpersoneel en de paarden van Paleis Het Loo. Eén student bracht door het maken van een database de sociaaleconomische positie van het stalpersoneel in de twintigste eeuw in kaart. De ander onderzocht de paarden als actieve ‘geschiedenismakers’ met eigen agency. Eén schilderij, meerdere verhalen. Door deze lagen zichtbaar te maken, wordt erfgoed toegankelijker: niet iedereen herkent zich in de prins, maar misschien wel in het werk van Schwebke, de zorg voor paarden of de band met Apeldoorn.
Deze aanpak is een voorbeeld van hoe we nu naar de collectie kijken. Door verbreding – vrouwenstemmen, internationale context, het leven ‘achter de schermen’ – herkennen steeds meer mensen zich in de verhalen die we vertellen. Erfgoed democratiseert op die manier. Het museum wordt meer en meer van iedereen.
Meerstemmigheid is geen afgerond project, maar een voortdurende opdracht. Welke stemmen ontbreken nog? Welke verhalen blijven onverteld? Deze vragen zijn niet uniek voor Het Loo. Musea in heel Nederland en Europa verrijken en herijken hun verhalen. Paleis Het Loo blijft in beweging – net als het erfgoedveld zelf.





























































