Toerisme in balans kan je analyseren op 15 indicatoren
Bechmark toerisme in balans lijkt mogelijk

Met de enorme groei die het toerisme in Nederland en daarbuiten te wachten staat, wordt het debat over balans op toeristische bestemmingen scherper. Hoe ervoor zorgen dat toerisme een positieve bijdrage levert aan de leefbaarheid? Recent onderzoek brengt een raamwerk waardoor je toeristische balans kunt meten en nastreven.
Tekst: Marc Gerlings - Foto’s: NBTC, BUas, NHL Stenden, RUG
Provincie Zuid-Holland stak zijn nek uit door de onderzoeksopdracht te verlenen om analytisch naar balans in toerisme te kijken. Het debat wordt steeds scherper, maar de vraag hoe je balans moet meten was nog niet beantwoord. De bestuurders in Zuid-Holland wilden daarnaast ook weten of en hoe je op balans beleid kunt maken. Twee relevante vragen voor veel overheden op dit moment.
Joris van der Linde. Erasmus UPT kon tijdens het onderzoek onverwachte inzichten toevoegen.
Jeroen Klijs: "Het gaat niet alleen om hoeveel mensen komen, maar vooral om de impacts van die bezoekers”.
Een consortium bestaande uit Erasmus UPT, CELTH, Bureau BUITEN en het Bureau voor Ruimte & Vrije Tijd ging met deze vragen aan de slag. Het grootste winstpunt: Er zijn 15 indicatoren geïdentificeerd, verdeeld over de domeinen economie, maatschappij en leefomgeving, die samen inzicht geven in balans. De indicatoren zijn deels uit bestaande kwantitatieve data te halen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de economische indicatoren als werkgelegenheid, of voorzieningenniveau. Maar ook de ‘hoeveelheid groene recreatieruimte per inwoner’ is eenvoudig uit openbare data te halen. Andere indicatoren komen in beeld door het organiseren van kwalitatief bezoekers- en inwonersonderzoek.
Door de indicatoren te meten en zichtbaar te maken kunnen bestemmingen zelf aan de slag met hun ‘balans’. De onderzoekers hebben een afwegingskader ontwikkeld waarin de verschillende kernindicatoren worden samengebracht. Dit maakt het mogelijk om enerzijds bestemmingen met elkaar te vergelijken en de balans (of disbalans) per bestemming inzichtelijk en bespreekbaar te maken. Het afwegingskader werd, gedurende het onderzoek, toegepast op drie uiteenlopende bestemmingen in de provincie Zuid-Holland:
- Scheveningen – stedelijke bestemming met piekdrukte en sterke afhankelijkheid van toerisme.
- Goeree-Overflakkee – eiland met kusttoerisme en recreatieve potentie in het binnenland.
- Midden-Delfland – landelijk gebied met veel dagrecreatie en kwetsbare natuur.
Uit de toepassing is gebleken dat het afwegingskader een waardevol vetrekpunt is voor een gesprek over balans.
Anneke van Mispelaar: "De 15 indicatoren, binnen de drie domeinen, tillen analyses naar een hoger niveau en brengen het managen van recreatie en toerisme dichterbij.”
Tinco Lycklama: "Het maakt dat deze aanpak toegankelijker is voor destinaties en het biedt kansen voor standaardisatie.”
Eindresultaat: Praktische aanpak en handelingsperspectieven
Naast de lijst met indicatoren en het afwegingskader is een praktische aanpak ontwikkeld. Deze biedt bestemmingen een stapsgewijze aanpak om zelf met het afwegingskader aan de slag te gaan. Van het verzamelen van data tot het organiseren van balanstafels en het formuleren van beleid: deze aanpak maakt het proces toegankelijk en toepasbaar. Die balanstafels zijn essentieel om te komen tot een interactieve dialoog met stakeholders wat kan resulteren tot gedeeld begrip en handelingsperspectief. Dat leidde al tot eerste toepassingen. Bureau voor Ruimte & Vrije Tijd organiseerde een balanstafel in Dordrecht en ook in Zeeland wordt de werkwijze toegepast en verder doorontwikkeld.
| Economie | Maatschappij | Omgeving |
|---|---|---|
| Economische impact | Oordeel inwoners | Klimaatdruk |
| Vestigingsklimaat | Oordeel bezoekers | Woningvoorraad |
| Specialisatiegraad | Oordeel werknemers | Autobezoek |
| Lokale bijdrage | Voorzieningenniveau | R&T landoppervlak |
| Inkomen | Parkeerbeleving | Kwetsbare natuur |
Behoefte aan aanvullende data
Tijdens het onderzoek zijn enkele hiaten in bestaande data geïdentificeerd, de zogenoemde ‘witte vlekken’. Dit betreft bijvoorbeeld gedetailleerde gegevens over bezoekersstromen en de beleving van bewoners. Het in kaart brengen en verzamelen van deze ontbrekende gegevens is essentieel voor de verdere ontwikkeling van het afwegingskader als een volwaardig monitoringsinstrument, menen de onderzoekers.
De onderzoekers hebben ook getracht te bepalen of per kernindicator sprake is van balans of disbalans. Het bleek echter heel lastig om grenswaarden te bepalen. Vooral vanwege de grote invloed van de lokale context en de complexe interpretatie van de kernindicatoren. Bovendien lieten de pilots zien dat data op lokaal niveau vaak beperkt beschikbaar is.
Toch volgt een positief eindoordeel dat perspectief biedt voor versterking van de toeristische sector.
"Het afwegingskader biedt een waardevolle basis voor beleidsontwikkeling en kan, mits verder doorontwikkeld, uitgroeien tot een praktisch instrument voor beleidsmakers en andere stakeholders die streven naar een duurzaam en gebalanceerd toeristisch beleid.”
Concrete berekening balans
Een aantal onderdelen zijn opvallend, zoals het ontbreken van bezoekersaantallen (Scheveningen telde in het strandseizoen 2024 5,6 miljoen badgasten. Op piekdagen zijn tussen de 150.000 en 160.000 bezoekers aanwezig, red.). Wie de bijlagen van de rapportage erbij pakt, vindt concrete berekeningen met een balansuitkomst. Een signaal dat het idee van een benchmark heel dichtbij brengt. Daarom een goed gesprek met de onderzoekers, Jeroen Klijs (CELTH / Breda University of Applied Sciences), Tinco Lycklama (Bureau voor Ruimte & Vrije Tijd), Joris van der Linde (Erasmus UPT) en Anneke van Mispelaar (Bureau BUITEN).
Geen harde definitie, wel een richting
Was het een worsteling om tot het begrip balans in toerisme door te dringen? "Een harde definitie van balans? Die is er niet, en dat was ook niet het doel,” zegt Klijs. "Het rapport schetst een methode om positieve en negatieve effecten van toerisme inzichtelijk te maken. Niet om een zwart-wit oordeel te vellen (wel of geen balans?), maar om bestemmingen een startpunt te geven voor een gesprek op lokaal niveau”, benadrukt hij. "Je streeft naar een positieve netto toeristische bijdrage maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Stakeholders verschillen sterk van elkaar en hebben een ander perspectief op positieve en negatieve impacts. En de soorten impacts verschillend ook zeer van aard. Het is daardoor geen kwestie van optellen en aftrekken. Bovendien verschilt het ook over de tijd of er balans is in bestemmingen, zoals bleek bij de drie gebieden.”
Innovatie: van 400 naar 15 indicatoren
We zijn benieuwd wat de onderzoekers tijdens het onderzoek als belangrijkste innovatie zagen ontstaan. Lycklama noemt de definiëring van 15 kernindicatoren als een doorbraak: "We hebben een set van meer dan 400 indicatoren teruggebracht naar 15. Dat is de grote winst. Het maakt dat deze aanpak toegankelijker is voor destinaties en het biedt kansen voor standaardisatie.” Die standaardisatie is cruciaal, want pas dan kunnen regio’s eerlijk benchmarken. " Van Mispelaar: "De 15 indicatoren, binnen de drie domeinen, tillen analyses naar een hoger niveau en brengen het managen van recreatie en toerisme dichterbij. We staan aan het begin van het managen van bezoekers en bestemmingen. Het is een basis.” Van der Linde: "Het slaat niet alles plat, er is nog steeds ruimte voor verdieping op bestemmingsniveau.” Dat brengt ook het gesprek bij iets wat niet als afzonderlijke indicator in het rapport staat maar wel leeft in de hoofden van de stakeholders, de bezoekersaantallen van de geanalyseerde bestemmingen. Scheveningen is tenslotte een van de aller drukste toeristische hotspots in Nederland.
Bezoekersaantallen zeggen echter weinig over balans in een bestemming, is het argument. "Het gaat niet (alleen) om hoeveel mensen komen, maar (vooral) om de impacts van die bezoekers,” zegt Klijs. Van Mispelaar benadrukt dat sturen op aantallen te kort door de bocht is: "Het gaat om de juiste bezoeker op de juiste plek, en om gedrag. Daar komt veel meer bij kijken.” Van der Linde: "Het gaat om verschillende factoren. Sommige zijn kwantitatief. Andere zijn kwalitatief, en gaan over hoe mensen denken over toerisme. Dit is een methode geworden om toch die verschillende indicatoren op een zinvolle manier bij elkaar brengen.” Daarbij merken de andere onderzoekers op dat Erasmus UPT (normaal werkzaam buiten het gastvrijheidsdomein) op een aantal momenten tijdens het onderzoek onverwachte inzichten kon toevoegen. Dat is één van de redenen waardoor het aantal indicatoren teruggebracht kon worden naar slechts 15.
Van meten naar handelen
De onderzoekers zien hun werk als een basis, niet als eindpunt. "De volgende stap is het managen van recreatie en toerisme,” aldus Van Mispelaar. Dat vraagt om keuzes en die spelen volop in Zuid-Holland. Denk aan de bereikbaarheid van Scheveningen, leefbaarheid in dorpen en economisch profijt van toerisme voor gemeenten. "Toerisme is soms een beladen woord,” zegt Lycklama. "Maar het biedt ook kansen. Het mag niet ten koste gaan van leefbaarheid,” waarbij hij ook doelt op het beleidsdoel dat iedere inwoner profijt heeft van toerisme.
Balans in toerisme bijna tastbaar
Het rapport is geen eindrapport, maar een uitnodiging. In de bijlagen van het rapport staan concrete berekeningen over balans in toerisme maar die vind je niet terug in het rapport. Waarom? Jeroen Klijs: "Zie de bijlage als een eerste poging om berekeningen te maken over impacts en grenswaarden. Een illustratie van de manier waarop je ermee aan de slag kunt gaan – en data kunt gaan verzamelen en analyseren. Dit is echter geen doel op zichzelf. Al is de dataverzameling perfect, evenals de data-analyse, dan nog is dit in eerst instantie bedoeld als input voor een gesprek op de bestemming. Kijk op bestemmingsniveau met de stakeholders wat je nodig hebt om tot balans te komen en hoe je het meet.” Zuid-Holland krijgt een instrument om blinde vlekken zichtbaar te maken en beleid te onderbouwen. En het is een instrument dat in heel Nederland gebruikt kan worden, al is het nog niet een toolkit die af is. "Balans is niet meer ongrijpbaar,” concludeert Lycklama.





























































