Geplaatst op: 15-12-2025
Auteur: Eva Niens & Max Olzheim
Areaal Advies
Publicatie: Vrijetijdstudies 2025-1

Actueel: De kloof tussen data en daden

Actueel: De kloof tussen data en daden

Het datalandschap voor toerisme, recreatie en vrije tijd is volop in beweging. Er vinden veelbelovende ontwikkelingen plaats, met name op landelijk en regionaal niveau. Dat is zichtbaar in steeds meer initiatieven en samenwerkingen waarvoor Nederland zelfs internationaal erkenning krijgt, zoals onlangs door de OECD voor de Landelijke Data Alliantie.

Maar de realiteit op gemeentelijk niveau is weerbarstiger. Veel gemeenten worstelen nog met ogenschijnlijk basale vragen: waar bevinden alle accommodaties zich precies? Wie zijn onze bezoekers en waar komen ze vandaan? Welke wandelroutes zijn populair?

Deze uitdagingen op lokaal niveau zijn onderbelicht in het algemene enthousiasme over de vooruitgang op het gebied van data en digitalisering. Dit zorgt tot op zekere hoogte voor een kloof tussen de hoge ambities en de daadwerkelijke praktijk in gemeenten. Deze tegenstelling tussen de datagedreven voorhoede en de gemeentelijke praktijk is geen kwestie van onwil, maar vloeit voort uit verschillen in kennis, mogelijkheden en ook behoeften.

Dit artikel, gebaseerd op interviews met diverse stakeholders en de expertise van Areaal Advies, analyseert de knelpunten en kansen in het gemeentelijk databeleid, met juist aandacht voor dit lokale perspectief. Het doel is om inzicht te bieden in hoe gemeenten de kloof tussen abstracte dataconcepten en praktische beleidsacties kunnen overbruggen, zodat de vrijetijdssector effectief kan bijdragen aan brede welvaart.

Gemeenten als vragende partij: uitdaging van schaal en capaciteit

Op dit moment bevinden veel gemeenten zich vooral in een vragende rol als het gaat om data. Dit geldt zeker voor het domein toerisme en recreatie, wat binnen de gemeentelijke organisatie vaak een lage prioriteit kent. Een situatie die door aanstaande bezuinigingen alleen maar verder onder druk zal komen te staan. Hierdoor is er bij de meeste gemeenten een minimale personele bezetting, vaak slechts één beleidsmedewerker. Dit heeft als direct gevolg dat er beperkte tijd, capaciteit en vaak een gebrek aan diepte van kennis over het onderwerp is.

Dit is ook terug te zien in de mogelijkheden voor datagedreven werken. Voor veel inzichten zijn gemeenten afhankelijk van wat DMO’s, adviesbureaus of kennisinstellingen aanleveren. Dit zorgt ervoor dat gemeenten weinig invloed hebben op de inhoud van onderzoek en data-projecten, tenzij ze er zelf opdrachtgever van zijn. Hier hebben echter niet alle gemeenten, en zeker de kleinere, budgetten voor.

Onderzoeksresultaten zijn daarom vaak onvoldoende afgestemd op concrete en lokale beleidsvragen. Waar een provincie bijvoorbeeld kijkt naar macrotrends of economische impact in brede zin, heeft een gemeente vaak veel concretere vragen: is een bepaald wandelpad te druk, of is er draagvlak voor een nieuwe recreatievoorziening. Om deze vragen te beantwoorden is data nodig van een aanzienlijk hoger detailleringsniveau dan vaak wordt gevraagd door andere partijen. Die schaalverschillen maken dat er niet automatisch aansluiting ontstaat tussen de beschikbare data en de vragen die lokaal leven.

Verder zorgt de minimale personele bezetting ervoor dat de ontwikkeling van datagedreven werken sterk afhankelijk is van individuele initiatieven met doorgaans beperkte ruimte voor verdieping in complexe dashboards of uitgebreide rapporten. De voorkeur gaat dan al snel uit naar heldere, direct bruikbare inzichten die snel toepasbaar zijn in de dagelijkse praktijk. Hoewel er beleidsmedewerkers zijn die juist veel waarde zien in innovatie en complexere datatools, is het over het algemeen van belang dat het fundament staat en er voldoende capaciteit is om ermee te werken. Zonder dit fundament blijkt in de praktijk vaak dat een eenvoudige kaart, een lijstje met cijfers of een korte factsheet effectiever is dan een dashboard of uitgebreide rapportage.

De rol van data in de gemeentelijke context

Op sommige plekken is het fundament juist wél op orde en worden technologische toepassingen en complexere analyses succesvol ingezet. Grote steden of populaire toeristische bestemmingen hebben vaker geïnvesteerd in interne data-expertise of extern onderzoek. Soms ontstaat daar zelfs een 'verzadiging' aan data, waarbij de nieuwe data niet altijd ook nieuwe inzichten oplevert. Meer data is immers niet per definitie beter; om nuttig te zijn voor beleid, moet data vooral aansluiten bij de beleidsvragen die leven.

Daarbij is een onderbelicht aspect hoe data in een gemeentelijke context wordt gebruikt. Naast het informerende aspect (welke beleidskeuzes moeten we maken?), heeft data ook een belangrijke functie in het verantwoorden van beleid richting inwoners en ondernemers en het agenderen van thema’s, zowel binnen de gemeentelijke organisatie als naar buiten.

Juist op het gebied van toerisme, recreatie en vrije tijd is deze agenderende functie belangrijk doordat het onderwerp doorgaans laag op de prioriteitenlijst van de gemeente staat. Hierdoor is het ook intern een uitdaging om aandacht voor het onderwerp te genereren. Data en onderzoek biedt de mogelijkheid om zaken concreet, zichtbaar en inzichtelijk te maken, wat kan leiden tot meer bestuurlijk en politiek draagvlak voor (structureel) beleid op het gebied van toerisme en recreatie. Daarbij is de manier waarop de data wordt gepresenteerd van groot belang. Er is onder beleidsmedewerkers namelijk een duidelijke behoefte om juist ook de toegevoegde waarde van toerisme en recreatie, zoals de bijdrage aan het voorzieningenniveau, inzichtelijk te maken.

Lessen voor succesvol data-gedreven werken

De mate van volwassenheid in datagebruik verschilt sterk per gemeente. Sommige gemeenten hebben het fundament op orde en zijn toe aan de volgende stap: verfijning, verdieping en complexere analyses. Andere zijn nog bezig met het verzamelen van basisgegevens of het opbouwen van interne samenwerking. Deze verschillen in volwassenheid vormen geen probleem, zolang ze ook als zodanig worden erkend. Complexe tools en methodes kunnen veel mensen eerder afschrikken dan inspireren, zeker wanneer het ontbreekt aan tijd, capaciteit of vertrouwen in eigen (data-)kennis.

Uit de gevoerde gesprekken zijn enkele lessen te trekken. Ten eerste: succesvol afgeronde kleine projecten worden als waardevol ervaren. Dit onderstreept het belang om stap voor stap te bouwen aan datagebruik, voortbouwend op de bestaande praktijk en op een tempo dat past bij de organisatie. Kleine projecten met concrete voorbeelden kunnen abstracte begrippen zichtbaar maken. Een goed overzicht van het toeristisch aanbod of infrastructuur, druktemetingen in natuurgebieden, of een overzicht van overlastmeldingen in recreatiegebieden zijn voorbeelden van toepassingen die niet alleen helpen om beleid te onderbouwen, maar ook om intern de waarde van data in te zien en het gesprek op gang te brengen. Stap voor stap kan zo een databank worden opgebouwd waarin inzichten uit verschillende projecten samenkomen en een samenhangend beeld van de bezoekerseconomie ontstaat.

Het belang van contact tussen beleid en data

Een belangrijk inzicht, ongeacht hoever een gemeente is in de ontwikkeling, is het belang van verbinding tussen beleid en data. Dit klinkt vanzelfsprekend, maar in de praktijk blijkt deze verbinding vaak te ontbreken. Beleidsmakers en data-analisten werken over het algemeen in gescheiden werelden, met als gevolg onvoldoende wederzijdse kennis van elkaars werkzaamheden of een gebrek aan structurele momenten voor kennisuitwisseling. Het directe gevolg is dat waardevolle gegevens onbenut blijven of dat onderzoeksresultaten onvoldoende aansluiten bij de beleidsbehoeften.

De waarde van de ervaring van beleidsmedewerkers voor onderzoek blijft hierbij vaak onderschat. Hun kennis van een gebied, signalen van bewoners en gevoel voor politieke verhoudingen is zeer belangrijk om data op de juiste manier te interpreteren en te duiden. Toch worden gemeenten zelden actief betrokken bij het opstellen van onderzoeksagenda’s of de ontwikkeling van methodes. Het gevolg is dat analyses soms beleidsmatig maar weinig kunnen betekenen, ondanks dat ze inhoudelijk waarschijnlijk goed zijn.

Omgekeerd hebben onderzoekers ook niet altijd zicht op hoe hun resultaten worden gebruikt. Zelden is er sprake van terugkoppeling of gezamenlijke reflectie. Terwijl juist die continue wisselwerking tussen beleid en data cruciaal is om ervoor te zorgen dat inzichten niet alleen kloppen, maar ook gebruikt worden.

Ruimte voor ontwikkeling

Daar waar beleid en data elkaar wél vinden, ontstaat ruimte voor nieuwe perspectieven. Vooral als gegevens niet alleen informatief zijn, maar ook kunnen worden gebruikt voor onderbouwing van keuzes, evalueren van beleid, of om te agenderen.

Wat vaak over het hoofd wordt gezien, is dat veel gemeenten zelf al beschikken over waardevolle informatie, maar deze zelden inzetten voor toeristische doeleinden. Denk hierbij aan mobiliteitsdata, meldingen over de openbare ruimte of ruimtelijke data over groen, infrastructuur en voorzieningen. Deze informatie ligt echter verspreid over verschillende afdelingen en bereikt in veel gevallen het beleidsterrein van toerisme en recreatie niet, of vereist een inhoudelijke vertaalslag die uitblijft.

De positionering van toerisme binnen gemeentelijke organisaties speelt hierin mogelijk een rol. In tegenstelling tot domeinen als verkeer, veiligheid of wonen, is toerisme zelden een centraal beleidsveld. Dit heeft tot gevolg dat het minder snel in beeld komt bij bredere datagesprekken, waardoor het gebruik van interne informatie achterblijft. Desondanks ligt hier juist veel potentieel. Zo kunnen parkeerdata inzichten bieden in bezoekersdrukte, meldingen over afval of geluid signalen geven over recreatief gebruik, en financiële gegevens duiden op economische ontwikkelingen. Echter, door beperkte onderlinge verbinding tussen afdelingen blijft een integrale benadering van deze data uit.

Toch lijkt zich langzaam een kentering aan te dienen. Steeds vaker wordt toerisme niet meer gezien als een losstaand thema, maar als iets wat raakt aan grotere opgaven zoals leefbaarheid, mobiliteit, duurzaamheid of ruimtelijke kwaliteit. En dat opent nieuwe mogelijkheden voor het gebruik van data, mits die data goed wordt ontsloten en vertaald naar relevante inzichten.

Een veelbelovende mogelijkheid ligt in de benutting van ruimtelijke data, die bij gemeenten vaak goed op orde is. Toerisme is bij uitstek een ruimtelijk fenomeen (denk hierbij aan routestructuren en spreidingsvraagstukken) en wordt steeds vaker gekoppeld aan gebiedsgerichte opgaven. Daarmee leent het zich uitstekend voor koppeling aan andere ruimtelijke domeinen zoals mobiliteit, openbare ruimte, leefbaarheid en veiligheid. Door bestaande geo-data te verbinden met toeristische vraagstukken, ontstaat een gedeeld denkkader, niet alleen onder data-experts, maar juist ook tussen de verschillende beleidsafdelingen.

Ruimtelijke data en analyses bieden daarmee niet alleen inzicht, maar fungeren ook als een verbindende taal tussen beleidsterreinen. Zo is een kaart die de drukte op recreatieve fietsroutes visualiseert even relevant voor toerisme als voor verkeersveiligheid. En een visualisatie van klachten rondom een recreatieplas biedt concrete aanknopingspunten voor zowel handhaving als toeristische ontwikkeling.

Conclusie

De diversiteit in het datalandschap van de vrijetijdssector weerspiegelt de complexiteit van de beleidspraktijk, waarin kennis, capaciteit, timing en bestuurlijke context sterk verschillen. De uitdagingen op lokaal niveau, zoals beperkte capaciteit en een gebrek aan aansluiting van data op lokale beleidsvragen, staan in contrast met de landelijke datagedreven ambities.

Wat echter steeds terugkomt, is het belang van verbinding: tussen schaalniveaus, tussen afdelingen en vooral tussen mensen. De essentie van datagedreven werken ligt niet in 'meer kunnen', maar in het zorgvuldig afstemmen van wat nodig, mogelijk en bruikbaar is. Door te focussen op kleine, concrete projecten en de continue wisselwerking tussen beleid en data te versterken, kunnen gemeenten een solide fundament leggen voor de toekomst van de vrijetijdssector en van data abstracte concepten vertalen naar concrete, effectieve daden.

Trefwoorden: beleid, gemeentelijk beleid, onderzoek, data, datagedreven werken, toerisme, recreatie, aanbod, vraag, verblijfsrecreatie, cultuur, sport, attracties, routegebonden recreatie, watersport

CELTH



||| Nieuws |||

16/12/25
Amsterdam aantrekkelijk voor sportindustrie
Werelds grootste sport- en outdoorbeurs ISPO is in 2026 in Amsterdam. Van 3 tot en met 5 november 2026 verwelkomt RAI Amsterdam naar verwachting ongeveer 50.000 bezoekers uit de wereldwijde sportindustrie. Amsterdam is aantrekkelijk voor de sportindustrie.
24/10/25
Jaarbeurs biedt grootste pickleball locatie van Europa
Van 18 december 2025 tot en met 2 januari 2026 is Koninklijke Jaarbeurs in Utrecht het decor voor de grootste tijdelijke indoor pickleball locatie van Europa.
20/10/25
Exclusief voor leden
TUI versterkt sponsoring en reizen naar marathons
Het was een druk marathonweekend. In Amsterdam en Antwerpen zijn grote marathons verlopen. De TUI Palma Marathon Mallorca 2025 vierde afgelopen zondag een record editie met 9.000 deelnemers uit 76 landen. Ruim 30.000 toeschouwers moedigden de hardlopers aan langs de schilderachtige route.
11/09/25
Is politiek gevoelig voor maatschappelijk noodpakket?
Op 9 september is in Nieuwspoort Den Haag het Maatschappelijk Noodpakket gepresenteerd. Geen houdbaar eten of kaarsen in dit Maatschappelijk Noodpakket, maar wel actiepunten als het behoud van het lage btw-tarief op essentiële publieke goederen en het instellen van een Nationaal Coördinator voor Maatschappelijke Weerbaarheid.
18/07/25
Eerste 'surf-kas' zuivert Amsterdams kanaalwater
De Amsterdamse ontwerper Frederik van Os heeft een innovatieve manier bedacht om waterrecreatie te combineren met ecologisch herstel. Zijn project, de Surf Pill, is een drijvende ‘surf-kas’ die kanaalwater zuivert terwijl mensen erop kunnen surfen.
04/07/25
Nieuwe tool brengt toeristisch aanbod regio in kaart
Toerisme Veluwe Arnhem Nijmegen (TVAN) heeft op 3 juli de Destination Data Monitor gelanceerd: een interactieve tool die inzicht geeft in het toeristisch aanbod per gemeente of regio.
20/06/25
Rode Kruis: gebruik je verstand bij warme festivals
Komend weekend lopen de temperaturen in Nederland met gemak op tot boven de 30 graden. Er staan diverse grote festivals op de agenda. Daarom doet het Rode Kruis een dringende oproep: bereid je goed voor, gebruik je gezonde verstand en luister goed naar je lichaam.
26/05/25
Sponsorbestedingen in 2024 weer op het niveau van 2019
AFC Ajax en Rabobank voeren sponsorlijst aan met ruim € 40 miljoen aan sponsorinkomsten.