Wat laat je achter: Barbara Oomen

Regelmatig verlaten toonaangevende collega’s hun organisatie. Soms om elders in het gastvrijheidsdomein aan de slag te gaan, soms verlaten ze de sector of gaan op retraite, en weer anderen gaan vooral van hun vrije tijd genieten. Vanwege hun positie of persoonlijkheid hebben ze indruk gemaakt. In de rubriek ‘Wat laat je achter, wat geeft je mee en waar kijk je naar uit’ proberen we hun afscheidswoorden te vangen.
Na drie intensieve jaren als voorzitter van het College van Bestuur van HZ University of Applied Sciences neemt Barbara Oomen afscheid. Niet om stil te gaan zitten, integendeel: ze gaat zich richten op het versterken van de samenwerking tussen Zeeuwse kennisinstellingen. In dit interview blikt ze terug op haar tijd bij de HZ, op wat ze achterlaat, wat ze meegeeft, en vooral: waar ze naar uitkijkt.
Waarom ga je weg?
"Het was geen makkelijk besluit,” begint Barbara. "Maar het kwam voort uit een moment van reflectie. Waar ligt mijn kracht? Waar krijg ik energie van? Wat is er nu nodig voor deze hogeschool? De komende jaren vragen om een andere vorm van leiderschap: het voorbereiden op bezuinigingen en het intern wendbaarder maken van de organisatie. Dat is belangrijk werk, maar mijn hart ligt bij het leggen van verbindingen, het bouwen aan samenwerkingen en het creëren van impact. Daarom kies ik ervoor om me daar nu volledig op te richten. Ik hoop trouwens wel dat met de val van het kabinet het idee van bezuinigen op hoger onderwijs ook in de ijskast gaat. Hogescholen spelen een hele belangrijke rol in de innovatiekracht van ons land en krijgen voor onderzoek maar zeer beperkt geld en bezuinigingen maken dat extra lastig.”
Wat laat je achter?
Barbara laat een hogeschool achter die volgens haar "de ramen wijd open heeft gezet.” Ze doelt daarmee op de manier waarop de HZ zich de afgelopen jaren nog steviger heeft verankerd in de regio. "We hebben de banden met Campus Zeeland versterkt, veel externe financiering binnengehaald, en ons profiel als kennispartner verder uitgewerkt. De HZ is niet alleen een onderwijsinstelling, maar ook een broedplaats voor innovatie. En dat zie je terug in de tevredenheid van studenten, in de kwaliteit van het onderzoek, en in de waardering vanuit het werkveld.”
Wat maakt HZ bijzonder?
Barbara hoeft niet lang na te denken: "De verwevenheid met Zeeland en de focus op praktijkgericht onderzoek. We hebben een hele grote onderzoekspoot waaronder het Kenniscentrum Kusttoerisme dat nauw is verweven met onze mooie opleiding Tourism Management. De HZ is diep geworteld in de regio. Studenten werken aan opdrachten van lokale ondernemers, onderzoekers zijn actief in het veld, en de lijnen zijn kort. Die kleinschaligheid maakt het mogelijk om snel te schakelen en interdisciplinair te werken. Je ziet dat bijvoorbeeld in projecten rond zorgtoerisme, waar toerisme, ICT en zorg samenkomen. Dat is uniek. En het zorgt ervoor dat studenten niet alleen kennis opdoen, maar ook echt bijdragen aan de samenleving.”
Wat heb je in die tijd voor Zeeland en de HZ kunnen bereiken?
"Wat ik vooral heb geprobeerd, is de kracht van samenwerking zichtbaar maken,” zegt Barbara. "Of het nu gaat om het Delta Climate Center, de MKB-regiobooster of de thematafel maatschappelijk verdienvermogen: overal zie je dat de HZ een verbindende rol speelt. We hebben bovendien de gastvrijheidssector op de kaart gezet als volwaardige partner in innovatiebeleid. En we hebben ons hard gemaakt voor het behoud van internationale studenten, wat cruciaal is voor opleidingen als Tourism Management. Dat zijn geen kleine dingen. Waar ik ook trots op ben is de grotere aandacht vanuit het ministerie van Economische Zaken voor horeca en toerisme. De gastvrijheidssector wordt nu veel meer meegenomen in het industrie- en innovatiebeleid.”
Waarom is voor Zeeland een eigen hogeschool essentieel?
"Als mensen zeggen: ‘Laat die studenten maar naar Breda of Rotterdam gaan’, dan komt er stoom uit mijn oren,” lacht Barbara. "Een hogeschool is geen luxe, het is een noodzaak. Voor de vitaliteit van de regio, voor de innovatiekracht en voor het vasthouden van jong talent. Zeeland heeft bewust gekozen voor kennisontwikkeling, en dat werpt zijn vruchten af. Neem bijvoorbeeld de toeristische sector, daar speelt HZ met het HZ Kenniscentrum Kusttoerisme, regionale ontwikkelingsmaatschappij Impuls en de provincie een belangrijke rol als innovatiemotor. Daarnaast brengt de regionale verankering onderwijskwaliteit. Niet voor niets staat HZ al jaren in de top van middelgrote hogescholen. Dat komt door de nauwe samenwerking met het werkveld waardoor studenten leuke opdrachten krijgen, dat docenten ze kennen, dat ze er makkelijk een stage kunnen lopen. Je ziet in Zeeland dat de verwevenheid met het werkveld gewoon heel erg groot is. Als je dat vanuit efficiency denken centraliseert in de Randstad, verlies je zoveel. En dat zou zonde zijn.”
Waar ben je trots op?
Voor Barbara springt er één moment uit: "Tijdens mijn afscheid sprak een slechtziende student over hoe belangrijk het VN-verdrag voor inclusie voor haar was. Dat raakte me diep. Inclusie is voor mij geen bijzaak, het is de kern van goed onderwijs. Daarnaast ben ik trots op de manier waarop we als HZ onze rol als kennispartner hebben versterkt. We zijn zichtbaar geworden, in Den Haag, in Europa, in Nederland en in de regio. Daarin heeft het Centre of Expertise Leisure, Tourism & Hospitality, waarvan HZ één van de founders is, een belangrijke rol gespeeld. Zij lopen met baanbrekende onderzoeksprojecten rond de ecologische en maatschappelijke impact voorop in de transitie. Ook daarin hebben we laten zien dat een relatief kleine hogeschool met een sterke focus op onderzoek een grote impact kan hebben.”
Wat geef je mee?
"Trots,” zegt Barbara resoluut. "Wees trots op wat er is. Zeeland en het hbo zijn van nature bescheiden, maar er gebeurt hier zoveel moois dat het verdient om gezien te worden. Alles wat je aandacht geeft, groeit. Dus koester wat uniek is aan deze regio en draag het uit. Er is kwetsbaarheid, zeker. Maar er is ook zoveel kracht. En dat mag je laten zien.”
Waar kijk je naar uit?
Barbara blijft zich inzetten voor Zeeland, maar in een nieuwe rol. "Ik ga onderzoeken hoe de samenwerking tussen mbo, hbo en wo in Zeeland versterkt kan worden. Dat zit vaak in praktische dingen: roosters, financiering en afstemming.
Maar ik mag ook dromen. In de visie Zeeland 2050 wordt gesproken over een veel nauwere samenwerking tussen kennisinstellingen. Een plek waar je bijvoorbeeld koken kunt combineren met filosofie, of iets heel praktisch als lassen. Jongeren willen zich breed ontwikkelen, en Zeeland kan daarin een proeftuin zijn. Dat is de stip aan de horizon waar ik naartoe wil werken.”


























































