Marjan Rintel: "Voortbestaan KLM geen vanzelfsprekendheid" - 5.000 banen verdwijnen
Marjan Rintel, President en CEO: “Met alle KLM’ers samen doen we ons werk met ongelofelijk veel inzet, betrokkenheid en trots. Maar het voortbestaan van KLM is geen vanzelfsprekendheid." De nationale trots moet fors bezuinigen om te overleven en daarmee verdwijnen 5.000 banen.
Inhoud van dit artikel
Rintel: "De omstandigheden waarin we opereren worden alleen maar complexer. Onrust in de wereld, hoge brandstofprijzen en druk op de luchtvaart. Daarom nemen we, op dit kantelpunt voor KLM, ingrijpende en soms pijnlijke maatregelen. Elk onderdeel, elke divisie wordt gevraagd om bij te dragen."
"We doen dit met een duidelijk toekomstperspectief, waarin KLM een geweldige luchtvaartmaatschappij blijft die klanten met de wereld verbindt, waar mensen graag werken en waar Nederland trots op is.”
In de afgelopen jaren heeft KLM grote stappen gezet om haar resultaten te verbeteren. Er is al een structurele verbetering van ruim €750 miljoen gerealiseerd. Naast talloze initiatieven binnen alle divisies is het tekort aan vliegers en onderhoudspersoneel grotendeels opgelost, worden onderdelen zoals catering en onderhoud extern uitgevoerd en wordt het aantal kantoorgebouwen dat KLM gebruikt aanzienlijk teruggebracht. Dankzij het schrappen van arbeidsplaatsen en het niet vervullen van vacatures is de kantoororganisatie al aanzienlijk kleiner geworden.
Maar het is nog niet genoeg om de toekomst van KLM zeker te stellen. De toekomstscenario’s die medewerkers en externe stakeholders afgelopen maanden opstelden, benadrukken dat. Daaruit bleek dat uitstel van noodzakelijke keuzes de strategische opties voor KLM verder zou beperken.
Bas Brouns, CFO van KLM: “We moeten ons financiële fundament versterken om KLM beter bestand tegen onzekerheid en toekomstbestendiger te maken. Een KLM die kan investeren in een nieuwe generatie vliegtuigen, in betere dienstverlening voor klanten en in onze mensen. Met deze maatregelen gaan we onze inkomsten verhogen en onze kosten structureel verder verlagen. We moeten een grote sprong maken. Een verbetering van ons resultaat met €1 miljard per jaar is nodig om onze strategie uit te kunnen voeren en onze focus te richten op datgene wat KLM onderscheidend maakt.”
Marjan Rintel: “We volgen de voortgang van dit pakket aan besluiten en maatregelen op de voet. Verdere aanpassingen in de organisatie, arbeidsvoorwaarden, productiviteit en werkgelegenheid kunnen alsnog op tafel komen als dat nodig is.”
KLM blijft investeren in het netwerk en voert haar vluchten uit met een sterk vereenvoudigde en gemoderniseerde vloot met 185 vliegtuigen van Airbus, Boeing en Embraer.
KLM investeert in service en comfort voor passagiers. Dat gebeurt met nieuwe, comfortabelere vliegtuigen, vernieuwing van de service aan boord, gratis snelle wifi op intercontinentale vluchten en een uitgebreider maaltijdaanbod aan boord binnen Europa. Digitalisering en AI helpen daarnaast om het boeken van vluchten te verbeteren en het werk eenvoudiger en efficiënter te organiseren.
Kleinere Embraer E195-E2
KLM kiest in Europa voor een andere mix van grote en kleine vliegtuigen. De A321neo blijft; in plaats van de geplande A320 komen kleinere Embraer E195-E2-toestellen. Met meer kleinere toestellen kan KLM haar capaciteit in Europa beter afstemmen op de vraag. Dat betekent dat KLM Cityhopper een grotere rol krijgt. Vliegtuigen van de types B737 en E190 worden in de komende jaren uitgefaseerd. Deze vereenvoudiging van de vloot maakt ook de organisatie eenvoudiger en helpt onze kosten en operatie beter beheersbaar te maken.
Kleiner en eenvoudiger
KLM richt de focus op de kern: de activiteiten die direct ten goede komen aan klanten en het concurrentievermogen. Voor werkzaamheden die andere partijen beter, sneller of efficiënter kunnen uitvoeren, maakt KLM andere keuzes. Dat betekent dat bepaalde werkzaamheden worden uitgevoerd met externe partners, gereorganiseerd of verder samengevoegd binnen Air France-KLM. Dankzij de aangekondigde uitbreiding van de groep met SAS die nu voorligt bij de Europese Commissie, zal er meer ruimte ontstaan om synergie te creëren en om gebruik te maken van de schaalvoordelen die een sterke Europese groep van luchtvaartmaatschappijen biedt.
Een aantal grotere bezuinigingen zijn:
- Het werk bij Ground Services wordt de komende jaren anders georganiseerd.
- Bij Passenger Services krijgt de reiziger dankzij digitalisering en nieuwe technologie steeds meer eigen regie over het inchecken, boarden en omboeken van vluchten. De medewerkers in terminals gaan zich meer richten op hospitality en direct klantcontact.
- Apron Services (voor Europese vluchten) en Bagage Services gaan samenwerken met externe partners die het werk onder de vleugel bij KLM Cityhopper en het bagagewerk in de Oosthal gaan uitvoeren. Doordat deze externe partijen gespecialiseerd zijn in grondafhandeling kunnen zij meer en sneller investeren, en het werk efficiënter doen tegen lagere kosten.
- Het Hub Control Center op Schiphol wordt door andere manieren van werken, inzet van nieuwe technologie en nauwere samenwerking met externe partners verbeterd. De beperkte ruimte en materialen op Schiphol worden zo gebruikt dat de passagiersstromen en de bagagestromen nog beter op elkaar aansluiten.
- KLM Cargo gaat alle vracht in de eigen vrachtloods op Schiphol afhandelen: zowel de vracht uit passagiersvliegtuigen als uit vrachtvliegtuigen. Zo bereidt KLM Cargo zich voor op de nieuwe vrachtterminal, gereed in 2035. Hierdoor kan het meer vracht aantrekken die via Schiphol naar een andere bestemming reist. Ook wordt het aanbod voor klanten die extra service nodig hebben uitgebreid. De grotere hoeveelheid vracht wordt uiteindelijk verwerkt zonder extra mensen aan te nemen. Dat kan door werk eenvoudiger en slimmer te organiseren, meer te automatiseren en mensen op verschillende werkzaamheden in te zetten.
- Om KLM optimaal te ondersteunen gaat Engineering & Maintenance zijn kennis, mensen en middelen meer richten op de vloot van de toekomst. Dat betekent onder meer dat het onderhoud van de uit te faseren toestellen versneld wordt afgebouwd. Daarnaast wordt onderhoud als dat kan uitgevoerd tijdens bestaande grondtijd, zodat de vloot zoveel mogelijk kan vliegen. Door ook in de motoren- en componentenshops slimmer en efficiënter te werken, wordt de productiviteit structureel vergroot en komt er ruimte voor groei. Daarnaast is het voornemen om de aansturing van Engine Services en Component Services nauwer aan te laten sluiten bij Air France-KLM.
Vraag naar gematigde loonontwikkeling
De arbeidsvoorwaarden moeten eenvoudiger en concurrerender worden. Doorgaan op deze weg is niet houdbaar. Omdat KLM op een kantelpunt staat, zijn keuzes nodig die eerder niet zijn gemaakt. KLM wil samen met de vakbonden nieuwe cao-afspraken maken die toekomstbestendig zijn. KLM zet in op een structurele verhoging van productiviteit met minstens 8% in 2028, in combinatie met een zeer gematigde loonontwikkeling.
15% van arbeidsplaatsen verdwijnt
Het aantal arbeidsplaatsen bij KLM, in de afgelopen jaren al afgenomen, gaat verder dalen met bijna 15%. Circa 5.000 banen zijn, of worden in de toekomst, op een andere manier georganiseerd en uitgevoerd. Sinds dit voorjaar wordt het werk (1.250 banen) bij KLM Catering Services uitgevoerd in samenwerking met gategroup. Naar schatting 800 banen bij Ground Services worden in de toekomst uitgevoerd door een externe partij. Verder worden 2.000 banen (waarvan 1.500 bij customer contact center Cygnific) verplaatst naar Air France-KLM. En tot slot leidt de te realiseren structurele productiviteitsstijging tot circa 1.000 banen minder bij KLM.
Marjan Rintel: “Het doet pijn om activiteiten te verplaatsen die van oudsher onderdeel zijn van ons bedrijf. Dit raakt collega’s die al hun hele leven met ziel en zaligheid voor KLM werken. Tegelijkertijd zou niets doen nog veel pijnlijker gevolgen hebben, zowel voor de werkgelegenheid als voor de verbinding van ons land met de wereld. Daarom grijpen we in om KLM weer sterker en concurrerender te maken. Dat doen we in alle zorgvuldigheid, met respect en in dialoog met de medezeggenschap, vakbonden, partners en stakeholders.”