Dagrecreatie·ArtikelUit R&T nr. 04 • Jaar 2022

Bossenstrategie topkans voor recreatie

Uitgezoneerd maar toegenomen recreatiedruk is een positieve uitdaging voor Staatsbosbeheer

De Rijksoverheid stelt in de bossenstrategie dat er 37.000 hectare aan bos bij moet komen. Dat is toch een topkans voor recreatie. Een gesprek daarover met Harrie Hekhuis en Guus Verhorst van Staatsbosbeheer. Guus heeft een lastige boodschap voor het vakgebied, in heel wat natuurgebieden is de recreatiedruk zo hoog dat zonering niet meer mogelijk is. Dat is deels positief omdat Staatsbosbeheer blij is met die forse groei aan recreanten.

Marc Gerlings · 06 dec 2022 · 8 min lezen Printen
Door in dat nieuwe landschap te werken met een groenblauwe dooradering, houtwallen, natuurvriendelijke oevers, lanen en singels krijgt het landelijk gebied niet alleen een fraaier uiterlijk maar ook verbindingen waar planten en dieren gebruik van maken.
Door in dat nieuwe landschap te werken met een groenblauwe dooradering, houtwallen, natuurvriendelijke oevers, lanen en singels krijgt het landelijk gebied niet alleen een fraaier uiterlijk maar ook verbindingen waar planten en dieren gebruik van maken.

Een landelijke bossenstrategie is bijzonder. Tot 2021 werd het beleid over de bossen overgelaten aan provincies en gemeenten. Het kwantitatieve doel is 37.000 hectare extra erbij. Nieuw bos dat alle kansen biedt aan flora en fauna en ook zeker voor recreatie. Toch zitten recreatieve partijen niet altijd meteen aan de onderhandeltafel over de invulling en uitvoering van de bossenstrategie. Vaak is recreatie te vinden in de tweede lijn achter de onderhandeltafel. Dat is een gemiste kans maar er zijn plannen in de maak voor volgend jaar waar de recreatiesector op mee kan liften. Een gesprek hierover met Harrie Hekhuis (programmadirecteur bos en klimaat Staatsbosbeheer) en Guus Verhorst (strategisch adviseur recreatie bij Staatsbosbeheer). Die 37.000 hectare is nodig om onder meer de klimaatdoelstellingen te halen en dat is voor het Rijk de reden om centraal beleid voor de ontwikkeling van het bos te schrijven. Daar zit de kans voor de recreatiesector om via gedeelde klimaatdoelstellingen meer te doen voor recreanten. Harrie ziet een dubbele houding van Nederland ten opzichte van het bos. Er is veel weerstand tegen het kappen van bomen, maar aan de andere kant willen steeds meer mensen hout gebruiken. Bouwen met hout is een ware trend. Maar dat hout komt nu eenmaal uit het bos. Hierdoor lijkt het sentiment nu enkel te gaan over de aanleg van bossen als grondstof. Maar nieuw bos is structureel nodig voor de flora en fauna én voor de recreant. Want nieuwe bossen zijn een verademing voor die miljoenen Nederlanders die willen wandelen, fietsen, paardrijden of gezellig willen kletsen op een bankje in het bos. Recreatie is een mooie bijvangst van de bossenstrategie, menen deze twee. Guus: "Er is een enorme behoefte aan groene ruimte voor de recreant. Een manier om dat te doen is door bos aan te planten. Bos is een fijn landschap om recreanten op te vangen. Als het warm is, is een bos toch al snel 10 graden koeler,” wijst de adviseur op de recente droge en warme zomermaanden en daarmee maakt hij het bruggetje naar het klimaat. Bos is ook fijn omdat de hoge bomen en struiken recreanten uit het zicht houden. Het kan druk zijn in een bos, maar recreanten zien elkaar niet zo snel als op een open heide. Zo gaat klimaatdoel om koolstof vast te leggen, goed samen met recreatie. Net als bij de klimaatdoelen, wordt het stevig doorwerken om de doelen van de bossenstrategie te halen. Op 1 januari 2031 moet er 10% bos bij zijn. De eerste 500 extra hectares staan er. Harrie: "Die 500 hebben we deels zelf geplant en deels uit zichzelf laten ontstaan. Dat zijn graslanden die we ontwikkelen tot bos. Die zitten al in Natura2000 gebieden maar waren van mindere kwaliteit en die zetten we nu om naar bossen. We hebben nu nog een tekort aan bossen op de rijkere gronden. Daar wil ik heel graag wat aan doen. Maar we willen ook graag bossen in en vlak bij de steden.”

Harrie Hekhuis

Harrie Hekhuis

Prachtig dat de Nederlander zijn eigen land herontdekt

De afgelopen 10 jaar ontvingen de natuurgebieden van Staatsbosbeheer naar schatting 30% meer recreanten met een piek in de afgelopen corona-jaren. "Prachtig dat de Nederlander zijn eigen land heeft herontdekt en wij zijn als terreinbeheerder trots om dat mede te faciliteren,” meldt Guus. De toegenomen druk heeft ook een keerzijde en dat is dat op sommige plekken de recreatiedruk dusdanig hoog is dat de recreanten er onderling hinder van ondervinden. Verschillende recreatievormen conflicteren met elkaar én soms komen de natuurwaarden onder druk te staan omdat door die drukte bezoekers steeds verder de gebieden inkomen. Dieren raken verstoord en kwetsbare vegetatie wordt overlopen. De zonering, geleiding van recreanten in een gebied, die werkt niet meer en die is niet overal meer aan te passen omdat er eenvoudigweg geen extra ruimte meer is. Daar is geen pasklare oplossing voor. Tot nu toe werd gekozen om verschillende recreatiegroepen een eigen zone te geven, zoals wandel, fiets- en ruiterpaden. Maar het ruimtebeslag wordt te groot voor zonering. Guus: "Dan zijn we uitgezoneerd en moeten we de oplossing buiten onze terreinen zoeken. Zonder een goede recreatiezonering is het lastig om de natuurwaarden in stand te houden. Daarom is er meer openbare groene ruimte nodig voor de Nederlander.” De adviseur benadrukt dat de druk in enkele tientallen gebieden te hoog is en echt niet overal. Hij is blij met de belangstelling voor bos- en natuur en ziet het als een positieve uitdaging. In de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw zijn in het kader van de Randstad Groenstructuur (voorkomen dat de steden in de randstad aan elkaar groeiden) vele hectaren bos aangeplant. Nu bekende natuur- en recreatiegebieden zijn de Balij, het Bieslandse bos en het Bentwoud. Deze bossen worden heel druk bezocht en erg gewaardeerd door de stedeling en voldoen uitstekend als uitloopgebied voor de inwoners van de stad.

"Als het lukt om meer ruimte voor de recreant dichter bij huis te realiseren dan levert dat veel op!”

Levert NPLG de kans op samenwerking en financiering?

"De afgelopen jaren hebben we bevestigd gekregen dat mensen graag dicht bij huis willen recreëren. In de meeste bos- en natuurgebieden komt zo’n 80% van bezoekers uit de directe omgeving!” In de coronatijd heeft het wandelen een enorme boost gekregen en mensen starten daarbij bij voorkeur vanuit hun voordeur. Het is dus daarom belangrijk om de benodigde extra groene buitenruimte zo dicht mogelijk bij of zelfs in de woonkernen aan te leggen of beschikbaar te stellen. Staatsbosbeheer probeert daar invloed op uit te oefenen via het programma Groene Metropool: Gemeenten en projectontwikkelaars meenemen door hen bewust te maken van het belang van groene buitenruimte in stedelijke omgeving. Gezondheid, welbevinden, verkoeling, ontspanning en het ziet er ook nog eens mooi uit.

Naast de stedelijke omgeving liggen er ook kansen voor meer openbare buitenruimte in het landelijk gebied. Het landelijk gebied ondergaat de komende jaren een flinke metamorfose omdat vele maatschappelijke vraagstukken daar gaan ‘landen’. Denk aan klimaatmaatregelen, waterhuishouding, zon- en windenergie, veranderende landbouw en veeteelt. Het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) buigt zich hier over. Door in dat nieuwe landschap te werken met een groenblauwe dooradering, houtwallen, natuurvriendelijke oevers, lanen en singels krijgt het landelijk gebied niet alleen een fraaier uiterlijk maar ook verbindingen waar planten en dieren gebruik van maken. Hoe mooi zou het zijn als hier meteen een recreatieve infrastructuur aan wordt gekoppeld, wandel- en fietspaden. Ook hier probeert Staatsbosbeheer, samen met diverse andere partijen de plannenmakers op te wijzen. En ook dit kan worden geschaard onder de noemer ‘nieuw bos’. Het hoeft niet heel veel extra geld te kosten en is gemakkelijk te realiseren als de boel toch op de schop gaat.

Guus Verhorst

Guus Verhorst

"Als het lukt om meer ruimte voor de recreant dichter bij huis te realiseren dan levert dat veel op! De druk op kwetsbare gebieden zal afnemen, het autoverkeer van- en naar natuurgebieden neemt af en door de groene verbindingen krijgen planten en dieren veel betere kansen om zich te verspreiden. De natuur zal meer in de stad te vinden zijn,” somt Guus de voordelen op van de uitbreiding naar het landelijk gebied.

Staatsbosbeheer ziet wel degelijk kansen om enerzijds de natuurwaarden in stand te houden en anderzijds in te spelen op de toegenomen vraag naar buitenrecreatie. Maar daarvoor moet recreatie wel aan de onderhandelingstafel een plek krijgen en dat is helaas niet vanzelfsprekend. Daarom werkt Staatsbosbeheer op diverse manieren samen met collega terreinbeheerders maar ook met partijen als de ANWB, NBTC, Wandelnet, (buiten)sportbonden en nog meer organisaties. Zo is recent vanuit NLBuiten, een coalitie van 17 organisaties, een position paper over dit onderwerp onder de aandacht gebracht bij de NPLG en de ministeries.

Budget 7 miljoen euro moet omhoog

Dat is bij Staatsbosbeheer best een issue want sinds natuurbeleid van rijk naar provincie is gedecentraliseerd, in 2014, is er voor beheer en onderhoud van recreatieve voorzieningen aanzienlijk minder geld beschikbaar. En dat terwijl er een forse toename van het aantal recreanten is en bijvoorbeeld het aantal fietsrecreanten sterk is toegenomen en veranderd (elektrische fietsen).

Staatsbosbeheer krijgt via de provinciale subsidies nu in totaal € 7 miljoen per jaar voor beheer van recreatievoorzieningen en dat was tot 2014 meer dan het dubbele. Om die reden concentreert Staatsbosbeheer zich nu vooral op het faciliteren van de grootste groepen recreanten, de wandelaar en de fietser en dat lukt al niet altijd met het beschikbare geld. We blijven lobbyen voor meer geld om zoveel mogelijk voorzieningen goed in de benen te kunnen houden.

Guus sluit af na de vragen over de bossenstrategie en de kansen voor recreatie. "Beleving van de natuur is heel belangrijk voor het voortbestaan ervan. Als mensen de natuur niet kunnen beleven heeft dat invloed op het draagvlak voor de natuur en voor het werk van de terreinbeheerders en springt men niet op de bres voor de natuur als deze onder druk komt te staan.”

Cover R&T nr. 04 • Jaar 2022

Artikelen