CPB: Lenen voor publieke investeringen kan tijdelijk maar structureel blijft dekking nodig
CPB heeft een denkkader opgesteld voor publieke investeringen. Ook relevant voor investeringen in bestemmingen, infrastructuur en recreatie. CPB houdt vast aan dekking van de begroting.
Inhoud van dit artikel
Het kan verstandig lijken publieke investeringen deels met geleend geld te financieren, omdat de baten pas in de toekomst ontstaan. Maar investeringen leiden niet automatisch tot gezondere overheidsfinanciën. De relatief lage Nederlandse overheidsschuld biedt mogelijk ruimte voor tijdelijke extra investeringen, maar structureel hogere investeringen vragen om structurele dekking, meldt CPB.
In het publieke debat wordt geregeld gepleit voor meer overheidsinvesteringen om Nederland productiever, weerbaarder en groener te maken. Daarbij klinkt ook de vraag of de overheid daarvoor meer schulden mag aangaan. Om die afweging te maken, heeft het Centraal Planbureau (CPB) een denkkader publieke investeringen ontwikkeld.
Lenen kan passen bij publieke investeringen
Publieke investeringen zijn uitgaven waarvan de baten vooral in de toekomst vallen. Het gaat bijvoorbeeld om infrastructuur, onderwijs, defensie en een schonere leefomgeving. Schuldfinanciering kan de kosten meer spreiden over de periode waarin de baten neerslaan. Bij overheidsconsumptie, waarvan de baten vooral in het heden vallen, ligt dat niet voor de hand. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de kosten van het verlenen van zorg in ziekenhuizen of aan de dagelijkse inzet van politie.
Investeringen kunnen bijdragen aan toekomstige welvaart, maar zijn geen garantie voor houdbare overheidsfinanciën. Meer onderwijs kan bijvoorbeeld leiden tot hogere lonen en belastinginkomsten, maar ook tot hogere overheidsuitgaven. Investeringen die de arbeidsparticipatie verhogen, kunnen de overheidsfinanciën verbeteren doordat meer mensen belasting betalen en minder mensen een uitkering nodig hebben. Investeringen in een schonere leefomgeving vergroten het welzijn, maar leveren de overheid niet direct extra inkomsten op. Kortom: soms worden de kosten wel terugverdiend, maar komen deze niet altijd bij de overheid als inkomsten terecht.
Begrotingsregels blijven belangrijk
De opbrengsten van investeringen zijn onzeker, terwijl er over leningen wel rente betaald moet worden. Als een investering minder oplevert dan verwacht, kan de overheid met hogere schulden achterblijven.
Begrotingsregels helpen voorkomen dat de overheidsschuld te ver oploopt. Ze dwingen beleidsmakers om extra uitgaven af te wegen tegen hogere belastingen of lagere uitgaven elders. Een permanente uitz ondering voor publieke investeringen ligt daarom niet voor de hand. Bovendien is het lastig om scherp af te bakenen welke uitgaven als investering gelden.
Lage schuld biedt mogelijk ruimte
De Nederlandse overheidsschuld bedraagt 46% van het bruto binnenlands product (bbp). Dat is relatief laag en biedt mogelijk ruimte voor tijdelijke extra investeringen. Daarbij moet de overheid rekening houden met Europese begrotingsregels, krapte op de arbeidsmarkt en beperkte milieuruimte. Ook is het raadzaam rekening te houden met de verwachte stijging van de overheidsschuld bij ongewijzigd beleid. Dit komt door de hogere overheidsuitgaven die met de vergrijzing gepaard gaan en door hogere defensie-uitgaven. Bovendien stijgen de rentelasten, terwijl de inkomsten minder toenemen dan de uitgaven.