Nieuwe kerncijfers wandelen en fietsen
Wandelen is een meer een bewuste vrijetijdsactiviteit
Wat zijn de echte feiten rond recreatief wandelen en fietsen in Nederland?
Inhoud van dit artikel
Fietsen en wandelen zijn populaire vrijetijdsbestedingen. Bijna iedereen trekt er weleens met de fiets of te voet op uit. Jaarlijks worden er in Nederland 634 miljoen fiets- en wandeltochten gemaakt. En het zijn echt niet alleen senioren die eropuit trekken. Meer dan de helft is jonger dan 55 jaar. Het gezamenlijke infoblad van Wandelnet en Fietsplatform geeft je de belangrijkste highlights.
Wandelen en fietsen lijkt zo vanzelfsprekend dat je deze groep recreanten bijna over het hoofd ziet. Maar we hebben het wel over 10,5 miljoen Nederlanders die wandelen (63%) en 8,2 miljoen Nederlanders die fietsen voor het plezier (49%). Dat is een aanzienlijk grote groep. Ze maken jaarlijks bijna 634 miljoen fiets- of wandeltochten van minimaal een uur, vakanties niet meegerekend. Buiten willen zijn is voor wandelaars het belangrijkste motief om te gaan wandelen.
We maken meer kilometers
Zowel het fietsgebruik als ook de te voet afgelegde kilometers zijn in Nederland in de periode 2005-2016 met ongeveer 12 procent toegenomen. Met name voor onderwijs en vrijetijd fietsen we vaker en verder. Lopen doen we vaker voor vrijetijdsdoeleinden, vooral vrouwen en 40-plussers lopen meer. Voor horecaondernemers langs wandelroutes een herkenbaar beeld, zij hebben in onderzoek al eens aangegeven steeds vaker vriendinnengroepen te zien wandelen. Wandelen lijkt populairder geworden. Met een aantal schommelingen is het aantal recreatieve wandelingen sinds 2010 toegenomen. Het lijkt erop dat wandelen meer een bewuste vrijetijdsactiviteit is geworden die we de moeite waard vinden om te delen.
"Door samenwerking tussen Wandelnet en Fietsplatform, zijn onderzoeken op elkaar afgestemd en is het mogelijk geworden om gegevens te vergelijken en bij elkaar te brengen in één infoblad.”
Zoomen we verder in op de participatie dan zien we dat er regionaal nog best wat verschillen zijn. Van de Limburgers trekt 70 procent regelmatig de wandelschoenen aan, van de Friezen en Brabanders gemiddeld maar 60 procent. En de fiets wordt door inwoners uit Drenthe met 58 procent bijvoorbeeld vaker gebruikt voor een leuke tocht dan door inwoners uit Flevoland (41%) en Noord-Holland (44%). Dit wil niet zeggen dat de meeste tochten ook in deze provincies gemaakt worden. Een provincie met een relatief lage participatie kan hoog scoren in absolute aantallen vanwege het grote inwonertal (veel wandelaars en fietsers recreëren in de eigen gemeente) of recreanten die vanuit andere provincies komen. Zo heeft Brabant inwoners die minder vaak wandelen, maar staat het wel in de top 3 van provincies waar het meest gewandeld wordt.
Wat het oplevert?
De bestedingen tijdens het fietsen en wandelen zijn aanzienlijk. Dit komt niet zozeer door de uitgave per keer, maar vooral door de omvang van het aantal tochten. In totaal wordt ruim 1,4 miljard euro uitgegeven tijdens de wandel- en fietsactiviteiten zelf of aan vervoer ernaartoe. Dat de uitgaven aan vervoer bij wandelen veel hoger liggen is te verklaren door het feit dat 21 procent met de auto naar het startpunt van de route gaat en fietsers in veel gevallen meteen op de fiets stappen.
Het is logisch dat tijdens lange tochten meer wordt uitgegeven, maar dat 7 procent van de wandelingen (langer dan 15 kilometer) goed zijn voor 30% van de wandeluitgaven is toch verrassend. Naast hogere bestedingen aan horeca en vervoer wordt er door lange-afstand-wandelaars ook meer uitgegeven aan overnachtingen en wandelgerelateerde zaken zoals routegidsen, abonnementen, kleding en materiaal. Voor lange fietstochten zal dit hoogstwaarschijnlijk ook opgaan, maar daar loopt nog onderzoek naar.
Waardering fietsen en wandelen
Met de kwaliteit van wandel en fietsroutes zit het in Nederland best goed. Het Landelijk Fietsplatform geeft sinds 2012 de Kwaliteitsmonitor fietsregio’s uit, een benchmark waarbij alle fietsregio’s een sterrenscore ontvangen. Geen enkele fietsregio scoort gelukkig minder dan drie sterren; dit zegt wat over de kwaliteit van de netwerken. Voor wandelen wordt nu aangesloten op dezelfde methodiek. Door de onderzoeksmethoden voor wandelen en fietsen af te stemmen kunnen cijfers onderling vergeleken worden.
Krijgen regio’s sterren?
Wandelnet onderzoekt momenteel of het mogelijk om ook te komen tot toekenning van sterren voor wandelregio’s. In 2017 is al een eerste provinciale kwaliteitsmonitor gepubliceerd, waarbij o.a. aantrekkelijkheid van de omgeving, voorzieningen langs de routes en het algemene oordeel van de consument zijn meegenomen. Hieruit kreeg de laatste wandeling met gemiddeld een 7,6 ook een ruime voldoende. Dat betekent niet dat er geen werk meer te verzetten is, aandachtspunten zijn er altijd. Deze kunnen we gebruiken om de kwaliteit hoog te houden. Hiervoor maken we ook gebruik van het landelijke meldpunt ‘Bordje weg’ voor fietsen en ‘Meldpunt Wandelen’ voor wandelen. Op de achtergrond werken deze systemen al nauw samen. Meldingen over de netwerken worden uitgezet naar de verantwoordelijke regio en vervolgens gemonitord. Als een melding is opgelost ontvangt de melder een bericht. Van de wandelmeldingen die in 2017 binnenkwamen is 95% opgelost; van de fietsmeldingen is door de verschillende onderhoudsinstanties 85% opgelost.’
Bekendheid en gebruik
Hoewel veel Nederlanders wandelen en fietsen zijn ze niet altijd bekend met de netwerken, zelfs niet als ze er weleens gebruik van maken. De knooppuntnetwerken voor fietsen zijn inmiddels wel aardig ingeburgerd, 46 procent van de fietsers is ermee bekend. Bij 22 procent van de tochten maakte men hier ook gebruik van. Het netwerk kent een mooie landelijke dekking. Voor wandelnetwerken ligt de bekendheid nog maar op 21 procent. Niet overal zijn al wandelnetwerken aangelegd, soms zijn ze nog in ontwikkeling. Ook zijn ze misschien minder herkenbaar, want in tegenstelling tot het fietsen is er geen eenduidig landelijk systeem. Zo zijn er knooppunt- en keuzepuntnetwerken en heeft elk netwerk zijn eigen vorm van markering. Het is begrijpelijk dat elke regio zijn netwerk wil promoten, maar nu mist de landelijke samenhang.
"Zonde want samenwerking kan juist de afzonderlijke regio’s versterken"
Vergelijk het met een huis zoeken, dan wil je ook niet alle websites van makelaars afstruinen voor het aanbod, maar verwacht je een website zoals Funda te kunnen gebruiken. Dat maakt de website van de makelaar niet overbodig, maar het is voor de consument wel stukken makkelijker om het aanbod te vinden. Voor routeplanners gaat dit ook op. Zou jij voor een route naar Frankrijk voor elk land een andere planner gebruiken?
Wandelnetwerken
Nu de helft van Nederland inmiddels is bedekt met wandelnetwerken, wordt het beheer en onderhoud ook een groter thema evenals het monitoren van het gebruik. Er is veel geïnvesteerd in de netwerken, daarom leeft ook de vraag wat ze opbrengen. Het gaat niet alleen om de realisatie van het maximale aantal kilometers, maar ook om de toegevoegde waarde. Omdat wandelnetwerken fijnmaziger zijn en niet altijd over openbare wegen gaan is het bewerkelijker qua beheer en onderhoud. Het is zoeken naar een juiste balans tussen dekking en kwaliteit. Gebruik is in het veld lastig te monitoren, want hoe zie je of iemand er zijn dagelijkse ommetje loopt of juist het netwerk gebruikt om deze plek te ontdekken? Vanuit de online planners en apps hebben we wel inzicht in de behoefte aan
wandelnetwerken, wandelaars weten ze inmiddels goed te vinden en maken er veelvuldig gebruik van. Duizenden geplande routes worden maandelijks gebruikt om mee op pad te gaan.
Blik vooruit
Dit jaar lopen er weer vragen over wandelen en fietsen mee in het Continue VrijetijdsOnderzoek (CVTO) en Continue Vakantie Onderzoek (CVO, voor fietsen). Een update van de cijfers wordt verwacht medio 2019.
Gezien het laagdrempelige, veilige, winstgevende en duurzame karakter van wandelen en fietsen ligt het voor de hand om ook in het kader van preventie en leefklimaat te blijven investeren in recreatieve voorzieningen op het gebied van wandelen en fietsen. Zo dragen we bij aan een gezonder en prettiger Nederland.


