Geplaatst op: 05-05-2017
Auteur: Albert Postma & Ko Koens
CELTH

Toeristische druk op stedelijke bestemmingen

Het perspectief van bewoners

Toeristische druk op stedelijke bestemmingen
Prometheus72 / Shutterstock.com
In het Trendrapport toerisme, recreatie en vrije tijd 2016 deden Ko Koens en Albert Postma verslag van hun onderzoek naar de toeristische druk op steden waar zij deze problematiek vanuit het perspectief van de bewoners benaderen en een aanzet voor strategisch beleid geven.

Voor een duurzame ontwikkeling van toerisme is het belangrijk met de beleving van burgers rekening te houden. Waar het in het conventionele marktdenken gaat om het vinden van een balans tussen vraag en aanbod, komt bij duurzaam toerisme ook de rol van de burgers, de lokale gemeenschap, om de hoek kijken. De kernprincipes van duurzame toeristische ontwikkeling komen op het volgende neer: verbeteren van de kwaliteit van leven van de gemeenschap op de plaats van bestemming, het bieden van een hoge belevingswaarde aan de bezoeker, en het behoud van de kwaliteit van de natuurlijke omgeving, waarvan zowel de gemeenschap als de bezoeker afhankelijk zijn (Mill & Morrison, 2002; Postma, 2003; Reid, 2003; Postma & Schilder, 2007). De kwaliteit van leven in de gemeenschap speelt daarmee een hoofdrol in de duurzaamheid van toerisme op lange termijn, en wordt volgens Kim (2002) mede beïnvloed door de positieve of negatieve beoordeling van toerisme. Negatieve belevingen vormen dus een bedreiging voor de duurzaamheid van toerisme op de lange termijn.


Bronnen van irritatie

Om deze reden is het nuttig om te weten hoe in de ogen van bewoners, eenvoudig gezegd, de ‘grenzen aan de groei’ precies kunnen worden omschreven. Albert Postma stelt in zijn proefschrift dat het niet zozeer meer gaat om de invloed van toerisme op de gemeenschap, maar dat, omgekeerd, toerisme ook door de gemeenschap gevormd wordt. Die wisselwerking tussen toerisme en gemeenschap is tijd- en plaatsgebonden en in kaart gebracht aan de hand van critical encounters, dat wil zeggen die interacties die in de ogen van de burgers een doorslaggevend en blijvend negatief beeld van toerisme geven (kritieke interacties). Op basis van een analyse van een honderdtal interviews op Ameland, Terschelling, Curaçao en Aruba kon geconcludeerd worden dat er drie categorieën zijn van negatieve critical encounters:

  1. de invloed die verschillende partijen hebben op het toerisme; denk bijvoorbeeld aan hotels die de lokale bewoners van het strand weren, of de verkoop van stranden aan projectontwikkelaars (zogenaamde stakeholder encounters);
  2. de wijze waarop toerisme zich (direct) manifesteert in de sociale, economische en ruimtelijke omgeving; denk bijvoorbeeld aan het gedrag van toeristen, aantasting van het oorspronkelijke landschap of arbeidsmigratie (zogenaamde direct encounters);
  3. de wijze waarop toerisme (indirect) de kwaliteit van het dagelijks leven beïnvloedt; denk bijvoorbeeld aan gebrek aan privacy, druk op het sociale leven, of veranderende levensstijlen (zogenaamde indirect encounters).

Uit de interviews kon tevens worden afgeleid dat er vier irritatieniveaus zijn (emotionele reactie), vier niveaus in de manier waarop mensen op de interacties reageren (gedragsmatige reactie), en drie niveaus in de effecten die de interacties hebben op de loyaliteit jegens (verdere ontwikkeling van) toerisme. Het aantal van de kritieke interacties in de genoemde categorieën, de wijze waarop bewoners daarop reageren, en de mate waarin dit hun houding tegenover toerisme beïnvloed is per toeristische gemeenschap verschillend (Postma, 2013).


Bezoekersdruk op toeristische steden, een actueel probleem

De problematiek zoals beschreven in het onderzoek van Postma wordt in de afgelopen jaren in toenemende mate geconstateerd in stedelijke toeristische bestemmingen. In 2013 constateerde het European Tourism Futures Institute (ETFI) reeds een early warning signal dat bewoners in toenemende mate hun beklag doen over de toeristische ontwikkeling in de binnensteden, waarbij vooral de druk door het grote aantal toeristen en hun gedrag schijnbaar een doorn in het oog is (de tweede categorie van critical encounters zoals hierboven beschreven). De media maakten in 2013 al veelvuldig melding van incidenten in bijvoorbeeld Venetië, Barcelona en Amsterdam. Dit was aanleiding voor ETFI en de Universiteit van Riga om een pilotonderzoek te starten naar het bewonersperspectief in Amsterdam, Berlijn en Riga. Uit het onderzoek kwam naar voren dat de methodiek en bevindingen van Postma ook toepasbaar bleken in de stedelijke context. Studenten van de hiervoor genoemde hogescholen voerden tientallen interviews uit. Een analyse daarvan gaf inzicht in de critical encounters die bewoners in deze steden ervaren. En hoewel het onderzoek er niet op ingericht was uitspraken te doen over individuele steden, leken er toch interessante verschillen te bestaan in het patroon tussen de drie steden. In Riga bijvoorbeeld bleken de stakeholder encounters relatief een veel groter aandeel te hebben dan in beide andere steden. In Amsterdam en Berlijn bleken de direct encounters relatief belangrijker dan beide andere typen encounters. Ook het irritatie- en loyaliteitsniveau jegens toerisme bleek in de drie steden kleine verschillen te vertonen. De resultaten zijn in 2014 op de Futures Day van de jaarlijkse ITB in Berlijn gepresenteerd. Dat is de grootste toeristische vak- en consumentenbeurs ter wereld (Postma, 2015).


Grootschalig Europees onderzoek legt feiten bloot

In 2015 is er door CELTH een grootschalig onderzoek gestart naar bezoekersdruk in grote steden in Europa. Hiervoor heeft ETFI de krachten gebundeld met NHTV Breda waar ook actief onderzoek wordt verricht naar toerisme in een stedelijke context. Met de steun van ETOA, de European Tour Operators Association, het platform waarin de Europese touroperators zijn vertegenwoordigd, hebben de steden Amsterdam, Kopenhagen, Berlijn, München, Barcelona en Lissabon aan CELTH opdracht gegeven om te onderzoeken hoe bewoners de toeristische druk ervaren en per stad acties te formuleren waarmee toerisme in goede of betere banen kan worden geleid. Dit onderzoek heeft vanuit twee perspectieven plaatsgevonden: organisaties die als stakeholder bij stedelijk toerisme betrokken zijn (industrie, overheid en non-gouvernementele organisaties) en bewoners. De literatuur heeft inzicht gegeven in de bezoekersdruk (visitor pressure) zoals de media die naar voren brengen, maar ook in de vele strategieën die steden hanteren om met dat vraagstuk om te gaan en de mogelijke acties om die strategieën te realiseren. De toeristische organisaties in de steden zijn geïnterviewd om te achterhalen hoe zij tegen bezoekersdruk aan kijken en welke strategieën gehanteerd worden om bezoekersdruk het hoofd te bieden. Met de bewoners, tenslotte, zijn interviews gehouden, om vast te stellen wat de critical encounters zijn tussen toerisme en lokale gemeenschap. De interviews gaven een goed beeld van de verscheidenheid aan situaties die de bewoners vervelend vinden.


Om te kunnen vaststellen in welke mate de critical encounters voorkomen, en daarmee het bewonersperspectief te kunnen kwantificeren, is in samenwerking met de Destination Management Organizations (DMO’s) van Amsterdam, Kopenhagen, Berlijn, München, Barcelona en Lissabon een online vragenlijst opgesteld die in elke stad onder een steekproef van 400-500 stadsbewoners is afgenomen. Hierin zijn vragen opgenomen over hun relatie tot de stad, hun relatie tot toerisme (werk en inkomen), hun oordeel over tal van ruimtelijke, economische, sociale en persoonlijke situaties waar zij de afgelopen jaren mee te maken hebben gehad, de wijze waarop zij op zulke situaties reageren, hun standpunt ten opzichte van verdere groei van toerisme in de stad en in de eigen woonwijk, en de strategieën waar men de voorkeur aan geeft om de bezoekersstromen te reguleren.


Uit dit onderzoek blijkt dat de ruim 2.600 respondenten in de zes steden het meest positief zijn over:

  1. Meer internationale karakter van de stad
  2. Meer evenementen
  3. Positiever imago
  4. Bescherming van historische delen van de stad
  5. Restauratie van traditionele architectuur
  6. Meer seizoensgebonden banen
  7. Groter cultureel aanbod (musea, culturele activiteiten, culturele evenementen, e.d.)
  8. Groter aanbod van toeristische accommodaties
  9. Meer mogelijkheden om kennis en cultuur te delen met bezoekers
  10. Meer vrijetijdsvoorzieningen

De respondenten zijn het meest negatief over:

  1. Prijsstijging/betaalbaarheid huurwoningen
  2. Prijsstijging/betaalbaarheid koopwoningen
  3. Prijsstijging/betaalbaarheid taxi’s
  4. Prijsstijging/betaalbaarheid winkels
  5. Prijsstijging/betaalbaarheid restaurants en cafés
  6. Prijsstijging/betaalbaarheid openbaar vervoer
  7. Prijsstijging/betaalbaarheid vrijetijdsvoorzieningen
  8. Afnemende beschikbaarheid van woningen
  9. Overvol openbaar vervoer
  10. Vervuiling, zwerfafval, lawaai

Aanzet voor strategisch beleid

Verreweg de meeste ondervraagden ontwijken of negeren dergelijke nadelen die toerisme met zich meebrengt. Ze proberen specifieke plaatsen of momenten van de dag te vermijden of nemen het simpelweg voor lief en accepteren het.

In totaal denkt iets meer dan de helft van de ondervraagden dat er nog steeds ruimte is voor ongeconditioneerde groei van het aantal bezoekers naar hun stad. Degenen die daar anders over denken, zijn vooral van mening dat er alleen nog groei buiten het hoofdseizoen mogelijk is, dat de groei alleen buiten vakantieflats/-appartementen mag plaatsvinden, of dat het groeitempo omlaag moet.


De meest geprefereerde strategieën om het bezoek aan de stad te reguleren zijn in de ogen van de respondenten:

  1. Verbeteren van de infrastructuur en faciliteiten in de stad, zoals uitbreiding van het wegennet of het aantal parkeerplaatsen
  2. Met plaatselijke bewoners en bedrijven communiceren en hen betrekken bij toeristische planvorming
  3. Beter met bezoekers communiceren over hoe zij zich in de stad moeten gedragen
  4. Een betere spreiding van bezoekers over het jaar

Om de steden van advies te kunnen zijn bij het treffen van passende maatregelen worden de resultaten van het onderzoek in de context van een aantal scenario’s geplaatst, die elk een alternatief beeld geven van de omstandigheden waar stedelijk toerisme de komende 10 jaar mee te maken kan krijgen: de centrale stad, de netwerkstad, de atomische stad, en de versnipperde stad. De scenario’s zijn tot stand gekomen op basis van input die vertegenwoordigers van de DMO’s van de deelnemende steden gezamenlijk in een scenarioworkshop naar voren hebben gebracht. In deze sessie werden twee kernonzekerheden vastgesteld die voor de toekomst van stedelijk toerisme doorslaggevend en tegelijkertijd onzeker zijn: de mate van integratie van verschillende culturen en de mate van top-down of bottom-up beleidsvorming. De combinatie van mogelijke ontwikkelingsrichtingen van deze onzekerheden heeft geresulteerd in de vier hierboven genoemde scenario’s. Deze scenario’s bieden aanknopingspunten voor strategisch beleid, waarbij wel gezegd dient te worden dat het verstandig is om met alle mogelijke scenario’s rekening te houden.


Figuur 1: Scenario’s voor steden


CELTH zal tegen het eind van 2016 een rapport uitbrengen waarin de resultaten van het onderzoek, de scenario’s en de strategische adviezen verder worden uitgewerkt (Koens & Postma, 2016). In 2016/2017 zal het onderzoek worden herhaald in andere Europese steden. De verzamelde gegevens zullen ook door de onderzoekers van CELTH worden gebruikt voor wetenschappelijke analyses.


Contactgegevens auteurs:

Dr. Albert Postma, lector scenarioplanning Stenden, ETFI, onderzoeker CELTH, albert.postma@stenden.com

Dr. Ko Koens, hoofddocent NHTV, onderzoeker CELTH, Koens.K@nhtv.nl


Verder lezen?

Bent u geïnteresseerd in de toekomst van stedelijk toerisme, dan verwijzen we u naar het najaarsnummer van 2017 van het Journal of Tourism Futures (http://www.emeraldinsight.com/loi/jtf). Mocht u daaraan een bijdrage willen leveren, dan verwijs ik u naar de call for contributions op de website van het European Tourism Futures Institute (www.etfi.eu).

Topics:CELTH, Toerisme
Trefwoorden: stedelijk toerisme, drukte, druktebeleving, amsterdam, negatieve aspecten, samenwerking, europa, europese steden

CELTH



||| Nieuws |||

12/03/26
Exclusief voor leden
Audax start met Bruna Reizen
De Audax Groep meldt een opvallende uitbreiding van haar activiteiten. Vanaf medio april 2026 kunnen klanten in alle Bruna winkels én bij bijna tweehonderd vestigingen van The Read Shop ook reizen boeken via het nieuwe label Bruna Reizen.
11/03/26
Exclusief voor leden
Geopolitieke ontwikkelingen raken Drents Museum: uitstel tentoonstelling
Gisteren kreeg het Drents Museum van het Indiase ministerie van Cultuur het bericht dat zij vanwege de huidige geopolitieke spanningen heeft besloten de circa 60 kunstwerken voor de tentoonstelling Amrita Sher-Gil - 'Europa is van Picasso, India is van mij' niet op transport te laten gaan.
11/03/26
Exclusief voor leden
Airport Campus op Groningen Airport maar wie haakt aan?
Huisvestingsadviseur Draaijer heeft in opdracht van Groningen Airport Eelde onderzoek gedaan naar de doorontwikkeling van de Airport Campus. Het advies is positief maar nu moet de luchthaven op zoek naar partners.
11/03/26
ACM controleert digitale economie extra scherp
In haar ‘Focus op digitale economie 2026’ maakt de Autoriteit Consument & Markt (ACM) duidelijk waar zij het verschil wil maken. De toezichthouder richt zich komend jaar met name op de digitale weerbaarheid van Nederland en Europa, meer zeggenschap voor gebruikers over eigen data, en een toegankelijke en veilige online omgeving voor iedereen.
11/03/26
Europees Parlement wil creatief werk beschermen tegen AI
Creatieve producten waar auteursrecht op zit moeten worden beschermd tegen gebruik door kunstmatige intelligentie (AI). Dat wil het Europarlement. Ook moeten creatieve makers een vergoeding krijgen wanneer AI gebruik maakt van hun producten.
11/03/26
Exclusief voor leden
Wintersport 2025-2026: lawinegevaar en kniebandletsels
Wintersport 2025-2026: lawinegevaar en kniebandletsels Nu de voorjaarsvakantie ten einde loopt, maakt Alarmcentrale Eurocross de balans op van het wintersportseizoen. Lawinegevaar en meer kniebandletsels kenmerken het wintersportseizoen. Waar vorig jaar nog een forse stijging in het aantal meldingen tijdens de voorjaarsvakantie te zien was, verschuift de druk dit jaar naar het vroege seizoen. Sinds december ziet de alarmcentrale een stijging van 4% in het totale aantal wintersportdossiers, met een opvallende piek in december en januari. Naast een verschuiving in het type letsel, werd het seizoen getekend door ernstige incidenten als gevolg van lawinegevaar. Lawinegevaar in de Alpen Een opvallend aspect dit jaar in het wintersportseizoen waren de vele lawines. De instabiele situatie in de bergen leidde tot diverse meldingen bij Eurocross over lawinegevaar. Met name in Oostenrijk waren er dit jaar meer lawines dan normaal. Over het algemeen gingen de vragen en meldingen over logistieke hulpverzoeken van gestrande reizigers als gevolg van afgesloten wegen. Naast deze meldingen heeft de alarmcentrale ook te maken gehad met ernstige dossiers als gevolg van lawinegevaar. Opvallende blessuretrend: knieën en heupen Wat betreft de medische meldingen ziet Eurocross een duidelijke trend. Meer dan een kwart van alle letsels betrof kniebandletsel, een fors groter aandeel dan vorig jaar. Dit type letsel wordt vaak in verband gebracht met papperige sneeuw condities, waarin ski's sneller blijven vastzitten. Daarnaast valt op dat er dit jaar veel heupfracturen zijn gemeld, vooral bij jonge wintersporters. Ook schouderblessures (uit de kom en sleutelbeenbreuken) en hersenschuddingen blijven veelvoorkomende redenen voor contact met de alarmcentrale. In totaal zijn er sinds december al meer dan 260 wintersporters gerepatrieerd naar Nederland, deels via de weg en deels per medische vlucht. Vroege piek en zelfoverschatting Hoewel de voorjaarsvakantie zelf 7% minder dossiers telde dan vorig jaar, was de start van het seizoen (december en januari) juist extreem druk met een stijging van 23%. Eurocross koppelt deze cijfers deels aan de sneeuwcondities en deels aan het gedrag op de piste. Daarnaast blijkt dat zelfoverschatting een duidelijk probleem blijft onder wintersporters. De gemiddelde skiër neemt meer risico dan daadwerkelijk past bij zijn ervaring. Dit vergroot de kans op ernstige valpartijen. Eurocross verleent met circa 600 medewerkers vanuit kantoren in 4 landen 24 uur per dag, 7 dagen per week hulp aan de klanten van haar opdrachtgevers, die een medisch- of reisprobleem hebben, bij pech of ongeval met de auto of die hulp nodig hebben in en om het huis. Eurocross maakt deel uit van Astrum Assistance Alliance, een alliantie van alarmcentrales in Europa die ruim 50 miljoen klanten in meer dan 20 verschillende landen bedient. Eurocross is onderdeel van Achmea.
11/03/26
Pieter Elbers weg bij IndiGo na maandenlange onrust
Pieter Elbers, voormalig topman van KLM, legt per direct zijn functie neer bij de Indiase luchtvaart...
10/03/26
Slimme verpakkingen: winst voor jouw recreatiebedrijf
De toerisme- en recreatiesector bruist van activiteit, maar staat ook voor continue uitdagingen. Gastvrijheid is de kern, maar efficiëntie achter de schermen is net zo belangrijk. Hoewel verpakkingen vaak als een detail worden gezien, spelen ze een verrassend grote rol in de dagelijkse bedrijfsvoering en de algehele gastervaring. Laten we eens kijken waarom doordachte verpakkingskeuzes van belang zijn voor jouw bedrijf.

||| Agenda |||

02/04/26
02/04/26 t/m 02-04-26: Trendcongres Toerisme 2026
Het Trendcongres Toerisme 2026 is op donderdag 2 april 2026 bij Saxion Hogeschool in Deventer. De ed...
22/04/26 t/m 23-04-26
22/04/26 t/m 23-04-26: Independent Hotel Show Amsterdam
A firm fixture in the calendar of independent hoteliers and industry professionals alike, the show p...
21/09/26 t/m 23-09-26
21/09/26 t/m 23-09-26: Gastvrij Rotterdam
Gastvrij Rotterdam is dé horeca vakbeurs voor ambitieuze horecaprofessionals in Rotterdam Aho...