Vakantieparken van de toekomst vragen om verbeelding én scherpe keuzes

In de workshop van Willem Kraanen (Ginder) op het Trendcongres Toerisme 2026 werd duidelijk dat de sector op een kantelpunt staat en dat verbeelding alleen onvoldoende is zonder bestuurlijke keuzes, duidelijke kaders en handhaving.
De komende jaren worden naar verwachting 40 tot 50 vakantieparken getransformeerd naar woongebieden. Dat is geen toeval. Vanuit ontwikkelaars- en marktperspectief staat het recreatieve vastgoed onder druk. Stijgende bouwkosten, hogere belastingen (door de aanpassing in box 3) en een teruglopende markt maken het exploiteren van vakantieparken steeds lastiger. Daarbij komt dat vastgoed en exploitatie vaak als twee gescheiden bedrijfsmodellen worden benaderd. Precies daar gaat het regelmatig mis.
Niet functionerende vakantieparken
Volgens Kraanen functioneren inmiddels tientallen vakantieparken niet meer goed. De problemen stapelen zich op zoals matige exploitatie, achterstallig onderhoud en toenemende veiligheidsrisico’s. Tegelijkertijd groeit het aantal eenpersoonshuishoudens sterk, waardoor de druk op de woningmarkt toeneemt. Die spanning voel je onvermijdelijk terug op recreatieparken. De vraag naar wonen is voelbaar bij de vakantieparken.
Om gefundeerde keuzes te maken ontwikkelde Ginder een vernieuwde scan: een afwegingskader dat helpt bepalen of een vakantiepark toekomst heeft als recreatief bedrijf of niet. De scan kijkt verder dan de financiële haalbaarheid alleen. Vanuit het perspectief van brede welvaart zijn ondernemerschap, landschap én gemeenschap factoren die meetellen. Een park kan alleen vitaal zijn als het bedrijf in balans is met zijn omgeving. Als de business case niet klopt, ontstaat er ook geen maatschappelijke of landschappelijke meerwaarde.
Vernieuwing in mengvormen
Cruciaal daarbij is het ontwikkelen van een gebiedsvisie, gekoppeld aan de omgevingsvisie. Zo kan op park- en huisjesniveau gestuurd worden op kwaliteit en functie. Ruimtelijke ordening blijkt onmisbaar, zeker nu mengvormen ontstaan waarin recreatie, wonen en werken elkaar raken.
Een praktisch instrument is de BRP-procedure (Basisregistratie Personen). Door vanaf de start te controleren wie waar staat ingeschreven, kunnen gemeenten effectief handhaven en duidelijkheid creëren.
En het vakantiepark van de toekomst? Dat moet, meent Kraanen, ‘aan twee kanten van het mes snijden’: recreatief waardevol zijn én passen binnen maatschappelijke opgaven. Innovatie zit niet alleen in nieuwe concepten, maar vooral in durven kiezen: wat kan wél, en wat niet meer. Dat vraagt om verbeelding, maar vooral om lef.





























































