Ruimte voor recreatie vraagt om sturing – ook zonder perfecte cijfers
Diana Korteweg Maris en Janna Brouwer over de recreatieve ruimteclaim in Zeeland en op de Veluwe

Tijdens het Trendcongres Toerisme 2026 gaven Diana Korteweg Maris (HZ Kenniscentrum Kusttoerisme) en Janna Brouwer (VeluweAlliantie) een gezamenlijke presentatie over een thema dat vaak onder de radar blijft, maar steeds urgenter wordt: ruimte voor recreatie in een almaar drukker Nederland.
Hun boodschap was helder én ongemakkelijk: terwijl de druk op ruimte in Nederland toeneemt, wordt recreatie in ruimtelijke afwegingen structureel onderschat – met toenemende gevolgen voor leefbaarheid, natuur en economie.
"Als er niet wordt ingegrepen, lopen hotspots verder vol, neemt de druk op kwetsbare natuur toe en blijven plekken met potentie onderbenut,” stelde Korteweg Maris. "En als recreatie in planvorming ontbreekt, doen overheden hun inwoners tekort”, vulde Brouwer aan.
Recreatie zit vaak als laatste aan tafel
Volgens beide sprekers schuift recreatie structureel te laat aan bij ruimtelijke processen. Terwijl woningbouw, energie, landbouw en natuur elk een stevige plek hebben, is ruimte voor vrijetijdsbesteding zelden een expliciete opgave. "Er is simpelweg te weinig aandacht voor recreatie als ruimtelijk vraagstuk,” aldus Korteweg Maris. "We praten over meters woningen, hectares natuur en megawatts energie, maar nauwelijks over hoeveel ruimte inwoners nodig hebben om te wandelen, fietsen of buiten te zijn.” Janna Brouwer herkent dat beeld vanuit de Veluwe. "Recreatie wordt vaak gezien als iets wat ‘er wel bij kan’. Maar in een overbelast systeem kan dat niet meer. Dan verdringen functies elkaar, met alle gevolgen van dien.”
Groene ruimte x recreatieruimte
Een belangrijke complicatie is dat recreatieruimte lastig te definiëren en te berekenen is. Er zijn cijfers over groene ruimte, maar die zeggen weinig over daadwerkelijke recreatieve mogelijkheden. "Een groen vlak op de kaart betekent nog niet dat je er kunt recreëren,” benadrukte Korteweg Maris. "Als het niet openbaar toegankelijk, aantrekkelijk, bereikbaar en bezoekbaar met paden en routes is, functioneert het niet als recreatieruimte.” Daar komt bij dat er geen nationale norm bestaat voor de hoeveelheid recreatieruimte. Gemeenten en provincies werken met uiteenlopende richtlijnen, aannames en databronnen. Dat maakt het lastig om recreatie stevig te positioneren in planvorming en grondexploitaties.
Ondanks het ontbreken van een eenduidige landelijke recreatienorm wilde Korteweg Maris daar niet op wachten. "Je kunt eindeloos discussiëren,” zei Korteweg Maris, "maar als we blijven wachten op perfecte data en normen, gebeurt er helemaal niets.”
Zeeland: recreatie als vestigingsfactor
HZ Kenniscentrum Kusttoerisme maakte voor Zeeland een eerste verkennende berekening. Aanleiding was de ambitie om de provincie richting 2050 te laten groeien met circa 160.000 inwoners – een toename van vijftig procent. In die ambitie was nauwelijks aandacht voor recreatie. "Die nieuwe inwoners komen niet alleen voor stenen,” stelde Korteweg Maris scherp. "Ze komen voor landschap, kust en recreatieruimte. Dáár zit het onderscheidend vermogen van Zeeland.” Uit de eerste analyse bleek dat Zeeland richting 2050 circa 7.000 hectare extra ruimte nodig heeft – omgerekend zo’n 10.000 voetbalvelden. "We hebben er steeds bij gezegd: dit is geen perfect getal,” nuanceerde Korteweg Maris. "Maar het werkte wél en bracht de wethouders toerisme & recreatie in beweging.” Ze sloegen de handen ineen met de vrijetijdssector, wat resulteerde in een position paper met een duidelijke boodschap: leefkwaliteit vraagt ruimte. In een volgende versie van de strategische agenda Zeeland 2050 werd recreatie als ruimtelijke opgave alsnog opgenomen.
Veluwe: van agenderen naar handelingsperspectief
Op de Veluwe is men inmiddels een fase verder. De VeluweAlliantie liet door Bureau Ruimte voor Vrije Tijd berekenen hoeveel recreatieruimte nodig is, gekoppeld aan de verwachte woningbouw rond het Veluwemassief. "Rond de Veluwe komen er vele duizenden inwoners bij,” vertelde Janna Brouwer. "Die mensen willen allemaal genieten van de Veluwse natuur en omgeving. Tegelijkertijd is die zelfdenatuur kwetsbaar en zit op veel plekken aan haar maximale draagkracht.” De uitkomst: een opgave van circa 8.000 hectare extra groenblauwe recreatieruimte, gebaseerd op een norm van 620 m² per gebruiker. Bewust hoger dan bijv de norm die wordt gehanteerd in de NOVEX opgaven. "We hebben gekozen voor een norm die meegroeit met de huidige situatie,” aldus Brouwer. "Anders organiseer je achteruitgang.” Vervolgens ontstond de vraag: hoe dan? Het antwoord werd het Handboek Ruimte voor Recreatie op de Veluwe, met concrete handelingsperspectieven voor gemeenten en partners.
Drie strategieën, één rode draad
Het handboek onderscheidt drie samenhangende strategieën:
- Maak ruimtelijke ontwikkelingen recreatie-inclusief: "Recreatie moet een vaste plek krijgen in omgevingsvisies, infrastructuurprojecten en stedelijke ontwikkeling,” aldus Brouwer. "Niet als sluitpost, maar als ontwerpopgave.”
- Benut bestaande groenblauwe ruimte slimmer: Denk aan bewandelbare landschappen, sterkere ontvangstlocaties en herbestemming van erfgoed. "Je hoeft niet alles nieuw aan te leggen,” zegt Brouwer. "Maar je moet het wel toegankelijk en aantrekkelijk maken.”
- Geef ruimte aan ondernemerschap: "Zeker in het landelijk gebied liggen kansen voor multifunctionele landbouw en recreatie,” stelt Brouwer. "Maar daarvoor moeten regels en financiering wel meebewegen.”
De recreatieparadox
Een hardnekkig probleem blijft de financiering. De VeluweAlliantie becijferde dat er circa 1 miljard euro nodig is voor aanleg en 15 tot 20 miljoen euro per jaar voor beheer. "Iedereen vindt recreatie essentieel voor brede welvaart, gezondheid en leefbaarheid,” zei Brouwer. "Maar niemand voelt zich nog verantwoordelijk voor de rekening. Dat noemen wij de recreatieparadox.” Oplossingen liggen volgens haar in koppelingen met woningbouw (bijdragen per woning) of brede integrale gebiedsaanpakken, toeristenbelasting, regiodeals en een stevigere publieke basisfinanciering. De rode draad: recreatie niet apart organiseren, maar verweven in andere ruimtelijke opgaven.
Liever onvolmaakt sturen dan perfect niets doen
De afsluitende boodschap van Korteweg Maris en Brouwer was expliciet: wachten is geen optie. "Ja, we hebben nog geen sluitende methode,” vatte Korteweg Maris samen. "En ja, normen zijn discussieerbaar. Maar als we niet sturen op recreatieruimte, worden de tekorten alleen maar groter.” Brouwer: "Recreatie gaat niet over luxe. Het gaat over gezondheid, leefbaarheid en natuurbehoud. Dat maakt het een randvoorwaarde, geen bijzaak.”
De presentatie van Diana Korteweg Maris en Janna Brouwer die zij hielden op het Trendcongres Toerisme is op de congreswebsite te downloaden.





























































