Twee kritische beschouwingen op toerisme: spreiding geen magic bullet en ongewenst toerisme

In een tijd waarin de toeristische sector zoekt naar een nieuw evenwicht tussen groei, leefbaarheid en betekenis, verschijnen er steeds meer stemmen die oproepen tot herbezinning. Twee recente artikelen – van Ewout Versloot en Shirley Nieuwland – leggen ieder vanuit een eigen invalshoek de vinger op dezelfde zere plek: het huidige systeem piept en kraakt, en vraagt om een fundamentelere kijk op wat toerisme zou moeten bijdragen aan mens, plek en planeet.
In een tijd waarin de toeristische sector zoekt naar een nieuw evenwicht tussen groei, leefbaarheid en betekenis, verschijnen er steeds meer stemmen die oproepen tot herbezinning. Twee recente artikelen – van Ewout Versloot en Shirley Nieuwland – leggen ieder vanuit een eigen invalshoek de vinger op dezelfde zere plek: het huidige systeem piept en kraakt, en vraagt om een fundamentelere kijk op wat toerisme zou moeten bijdragen aan mens, plek en planeet.
Toerisme is geen vol glas maar een lopende kraan
In zijn artikel "It’s not a full glass, it’s a running tap” schrijft Ewout Versloot over de hardnekkige neiging om toeristische groei te blijven managen als een kwantitatief probleem: meer bezoekers, meer drukte, meer maatregelen. Hij gaat uitgebreid in op de de hardnekkige reflex om toeristische drukte te bestrijden met spreiding: bezoekers verdelen over de regio, de seizoenen of de dag. Maar volgens hem werkt spreiding om meerdere redenen niet.
Ten eerste verandert het verspreiden van bezoekers over de bestemming het volume niet: de totale toestroom blijft gelijk, waardoor structurele druk op schaarse ruimte blijft bestaan. Mensen die Barcelona, Amsterdam of Venetië willen bezoeken, kunnen we misschien aansporen om een andere route te nemen of tijdslots te gebruiken om de drukte in het museum te beheersen. Maar we kunnen niet beïnvloeden dat ze naar deze plaatsen willen gaan.
Verspreiding gaat er ten tweede stilletjes van uit dat bezoekers onderling inwisselbaar zijn. Dat als de ene plaats te veel bezoekers heeft, die bezoekers gewoon de oplossing kunnen zijn voor een andere plaats. Dat is natuurlijk niet het geval. Bestemmingen zijn geen lege containers die wachten om gevuld te worden met uniforme consumenten. Spreiding vergroot de reikwijdte van de impact: in plaats van enkele hotspots worden nieuwe gebieden belast die daar soms helemaal niet klaar voor zijn. Bovendien heeft seizoensverlenging voor werknemers die dan een volledige baan krijgen positief, maar veel bewoners zitten helemaal niet te wachten op jaarrond drukte.
Tot slot gaat het idee achter verspreiding uit van het idee dat toerisme een gesloten systeem is zoals een vol glas dat we eenvoudig kunnen verdelen over meerdere glazen. Maar toerisme is een stromende kraan met steeds meer toeristen. Met verspreiding verminderen we de druk niet maar breiden het het systeem juist uit met nieuwe bestemmingen.
Wat als toerisme niet het antwoord is?
Shirley Nieuwland gaat in haar stuk "Wat als toerisme niet het antwoord is?” een stap verder door de vraag te stellen of toerisme in sommige gevallen überhaupt wel de juiste oplossing is voor regionale ontwikkeling. Nieuwland gelooft zeker in de vaak gepropageerde kracht van toerisme. "Er zijn plaatsen waar toerisme een gebied nieuw leven heeft ingeblazen, het aantrekkelijker heeft gemaakt voor jongeren om er weer te wonen, het heeft bijgedragen aan de levensstandaard, de infrastructuur voor openbaar vervoer heeft verbeterd en ervoor zorgt dat voorzieningen zoals bakkerijen of bars open kunnen blijven.” Maar er zijn ook talloze andere redenen waarom toerisme niet per definitie de beste manier is om aan lokale behoeften en wensen te voldoen, of waarom de ontwikkeling van toerisme zelfs problematisch kan zijn. Denk aan de gevoeligheid van toerisme voor crises, de seizoensgebonden werkgelegenheid, de druk op het sociale en natuurlijke leven en de CO2-uitstoot die het veroorzaakt.
Ze schetst hoe het dogma "toerisme is altijd goed” leidt tot blinde vlekken, terwijl bestemmingen juist gebaat zijn bij bredere, maatschappelijke doelstellingen waar toerisme slechts één middel van is – en soms niet eens het meest geschikte. Heel prikkelend vraagt ze zichzelf af of sommige (nog te ontwikkelen) bestemmingen niet beter af zijn met andere economische activiteiten die beter bij de plaats en de behoeften passen. "Misschien zouden deze landen minder afhankelijk moeten zijn van toerisme en een meer diverse economie moeten hebben om in hun levensonderhoud te voorzien?”
Samenvattend
Beide artikelen kijken verder dan symptoombestrijding en nodigen de sector uit om anders, eerlijker en systemischer naar de toekomst van toerisme te kijken. Voor iedereen die zich bezighoudt met destinatiemanagement, beleid of toekomststrategie, zijn dit waardevolle perspectieven.
Lees de artikelen hier:


























































