Geplaatst op: 15-12-2025
Auteur: Esther Peperkamp
Breda University of Applied Sciences
Publicatie: VTS 2025-1

Research note: De sociale waarde van vrije tijd - een drieluik

Deel 3: De sociale waarde van vrije tijd in kaart gebracht & werken aan sociale waarde

Research note: De sociale waarde van vrije tijd - een drieluik

Van oudsher wordt aan vrijetijdsbesteding een maatschappelijke betekenis toegedicht. Deze maatschappelijke betekenis verandert echter door de tijd heen. Aan de ene kant komt dit omdat de sociale vraagstukken veranderen. Aan de andere kant verandert ook de manier waarop mensen hun vrije tijd besteden. Te denken valt bijvoorbeeld aan de invloed van sociale media. Dit roept de vraag op naar de sociale waarde van vrije tijd in de huidige samenleving.

In het eerste deel is theorie besproken aan de hand waarvan de sociale waarde van vrije tijd begrepen en onderzocht kan worden. Ik beargumenteerde dat de (informele) vrijetijdsinfrastructuur een veld van activiteiten, plaatsen en evenementen creëert waarbinnen mensen zich bewegen en contacten leggen die van sociale betekenis zijn. In het tweede deel illustreerde ik dit met onderzoeksresultaten. Een handwerkclub in een buurthuis, een open atelier in een cultureel centrum en een Whatsapp community voor boekliefhebbers zijn laagdrempelige ontmoetingsgelegenheden en fungeren als springplanken voor nieuwe activiteiten.

In dit derde deel sluit ik af met enkele implicaties voor het inrichten, monitoren en evalueren van de sociale waarde van vrije tijd.

Inleiding - Vrijetijdsinfrastructuur nader bekeken

In het eerste deel was ik kritisch over ‘meten is weten’. Traditionele vrijetijds-gerelateerde indicatoren voor sociale samenhang zoals deelname aan vrijwilligerswerk of lidmaatschap van verenigingen voldoen niet meer. Daarentegen zijn diverse andere, meer informele organisatievormen en vormen van vereniging ontstaan in de context van vrije tijd, zoals handwerkgroepen en leesclubs, die van verschillende ontmoetingsplekken gebruik maken en op verschillende manieren met elkaar verbonden zijn. Hiermee ontstaat een dynamische vrijetijdsinfrastructuur waarbinnen individuen zich bewegen en sociale interacties aangaan. Dit roept enerzijds de vraag op hoe de vrijetijdsinfrastructuur op waarde kan worden geschat, en welke ‘meetinstrumenten’ we hierin tot onze beschikking hebben. Anderzijds roep het de vraag op naar aandachtspunten voor het inrichten voor een werkende vrijetijdsinfrastructuur. Dit artikel biedt een eerste verkenning van antwoorden op deze vragen.

I. Meten is weten? Mapping als meetinstrument

Hoewel sociale infrastructuur wordt gezien als een richting voor vrijetijdswetenschappen (Kuzuoglu & Glover, 2023) is er tot op heden weinig aandacht bij vrijetijdswetenschappers voor de bredere (vrijetijds)infrastructuur waarin mensen zich bewegen. Met betrekking tot de sociale waarde van vrije tijd ligt de nadruk op ofwel het individu (bijvoorbeeld Warde et al. 2005), ofwel de sociale dynamiek binnen één activiteit, zoals samen tuinieren (Glover, 2004) of in een breiclub (Palmer & Kawakami, 2014). Op het gebied van sociale infrastructuur komen de meest relevante inzichten uit de hoek van meer ruimtelijk georiënteerde wetenschappen, zoals sociale geografie en stadsplanologie.

Waar sociaal kapitaal traditioneel gemeten wordt op individueel niveau, wordt sociale infrastructuur onderzocht aan de hand van mapping, oftewel het letterlijk op een ruimtelijke manier in kaart brengen van -in de meeste gevallen- plekken. Mapping gebeurt op verschillende manieren, waarbij het gebruik van online data groeit in populariteit. Zo wordt Google Maps ingezet om plaatsen en locaties in kaart te brengen (Fraser et al. 2022). Ook wordt gekeken naar sociale media data met geolocatie (Adelfio, Serrano-Estrada, Martí-Ciriquián, Kain, & Stenberg, 2020) en data mining (van Weerdenburg, Scheider, Adams, Spierings, & van der Zee, 2019).

Het door Klinenberg (2018) veronderstelde verband tussen sociale infrastructuur en de aanwezigheid van sociaal kapitaal suggereert dat de beschikbaarheid van sociale infrastructuur een indicator zou kunnen zijn voor sociaal kapitaal. Vanuit dit uitgangspunt worden pogingen ondernomen om op basis van mapping te komen tot een maat voor sociale infrastructuur en om die te gebruiken als indicator voor sociaal kapitaal (Fraser, Awadalla, Sarup, & Aldrich, 2024; Piasek & Garcia-Almirall, 2023). De aanwezigheid van sociale infrastructuur blijkt te correleren met sociaal kapitaal, in het bijzonder bridging sociaal kapitaal (Fraser et al., 2024). Ook de relatie tussen de afstand tot sociale infrastructuur en subjectief welbevinden is onderzocht (Zahnow, 2024).

Dit vertelt niet het hele verhaal: een plek biedt mogelijkheden voor ontmoeting, maar deze mogelijkheden worden gerealiseerd in de activiteiten en evenementen die op die plek plaatsvinden. Er wordt dan ook wel geëxperimenteerd met data mining om ook andere gegevens te verzamelen, zoals over activiteiten op en waardering van locaties. Hiermee kan ook inzicht verkregen worden in de affordances van deze locaties, oftewel in wat plekken kunnen betekenen in het bieden van mogelijkheden om vrije tijd door te brengen (van Weerdenburg et al., 2019). Een kanttekening hierbij is dat het in dit onderzoek gaat om consumptieve vrijetijdspraktijken waarmee een groot deel van de vrijetijdsbesteding buiten beeld blijft. Daarnaast tonen Van Ingen and Van Eijck (2009) aan dat consumptieve vrijetijdspraktijken niet correleren met sociaal kapitaal indicatoren.

Een nadeel van het gebruik van online gegevens is dat veel informatie wordt gemist. Op de eerste plaats worden niet alle plekken in kaart gebracht, omdat het aanbod van locaties veel breder is dan de traditionele locaties als bibliotheken, buurthuizen en cafés. Zoals uit de resultaten van dit onderzoek blijkt, behoren bijvoorbeeld ook privé-woningen, waar de handwerkclub ooit begon, tot de vrijetijdsinfrastructuur. Uit ander onderzoek blijken ook winkels plekken van verbinding te zijn (Brummel & Smits, 2021).

Daarnaast geeft online informatie een vertekend beeld. Ten eerste wordt niet alles online gedeeld. Niet iedereen is (even) actief op sociale media, en ook nodigen reguliere, regelmatige activiteiten minder uit tot delen dan eenmalige (kleine) evenementen. Verder zorgen besloten Whatsapp groepen ervoor dat veel communicatie aan het publieke oog onttrokken wordt. Het is daarom noodzakelijk om ook deelnemers zelf te bevragen over plekken, activiteiten en evenementen van betekenis. Ook hier kan mapping een rol spelen om zichtbaar te maken hoe mensen zich tussen plekken, activiteiten en evenementen bewegen. Hierbij kan een bestaande plattegrond als uitgangspunt worden genomen waarbij op een kaart kan worden aangegeven waar mensen activiteiten ondernemen en met wie. Een andere manier is om gegevens over plekken, activiteiten en evenementen op basis van interviews en observaties schematisch te verwerken, waarbij pijlen de bewegingen van individuen weergeven (figuur 1).[1]

XFiguur 1 Schematische weergave van vrijetijdsinfrastructuur

Het voordeel van een dergelijke weergave/benadering is dat het niet alleen inzichtelijk maakt welke plekken en activiteiten er bestaan, maar ook wat de verbanden ertussen zijn en welke bewegingen ertussen plaatsvinden. Afhankelijk van de focus of informatiebehoefte kan een dergelijke schematische weergave meer of minder uitgebreid zijn. Een dergelijk schema geeft ook informatie over welke uitdagingen er liggen in het vormgeven van een werkende sociale infrastructuur: het geeft inzicht in welke als sociale infrastructuur aangemerkte plekken buiten beeld blijven, welke andere locaties juist in beeld komen, welke activiteiten aan elkaar gelinkt zijn, enzovoort. Dit biedt waardevolle informatie voor het plegen van interventies om de vrijetijdsinfrastructuur te versterken.

II Een werkende vrijetijdsinfrastructuur

Vrije tijd en het sociaal domein

Het concept sociale infrastructuur krijgt veel aandacht vanuit het sociaal domein, waarbij vrijetijdsinfrastructurele elementen zoals buurthuizen en recreatieve activiteiten als een onderdeel van deze sociale infrastructuur worden gezien. Echter, gezien de betekenis die aan vrije tijd toegekend wordt voor het ontstaan van sociale cohesie en sociaal kapitaal, ontstaat de neiging om deze vrijetijdsinfrastructuur vooral instrumenteel te benaderen. De vragen die hierbij naar boven komen bij beleidsmakers, welzijnsorganisaties en placemakers zijn: Hoe kunnen de juiste omstandigheden geschapen worden om mensen met elkaar in contact te brengen en informele sociale netwerken te creëren? Hoe kan het sociaal welzijn bevorderd worden met het inrichten van ontmoetingsplekken? Hoe kan een sociale infrastructuur een alternatief zijn voor persoonsgerichte interventies op het vlak van gezondheid, welzijn en eenzaamheid?

Hierbij wordt vaak voorbijgegaan aan de behoefte aan ongedwongenheid van contacten die vrijetijdsactiviteiten bij uitstek kunnen bieden. Mensen bezoeken plekken en activiteiten in eerste instantie niet voor het vergroten van hun netwerk, maar omdat ze een intrinsieke interesse hebben in de activiteit of meer in het algemeen graag onder de mensen willen komen. En passant ontstaan er uit deze weak ties contacten waarvan de betekenis (mogelijk) boven de incidentele interactie uitstijgt en die uiteindelijk bijdragen aan sociaal welzijn. De sociale infrastructuur moet dus ook activiteiten en plekken bieden waar mensen graag komen, wat bij uitstek de rol van vrije tijd is (zie ook Glover and Hemingway (2017)).

In de praktijk is er bij initiatieven voor samenlevingsopbouw weinig aandacht voor ontspanning en ontmoeting en de rol die (informele) vrije tijd hierin kan spelen. Een dergelijke benadering werd in het verleden al eens benoemd in een adviesrapport, waarin een adequate sociale infrastructuur vier functies mogelijk zou moeten maken, namelijk ontmoeting, opvang, ontspanning en recreatie, en ontplooiing (Commissie-Etty, 1998). Ook in een recent rapport door onderzoeksbureau Movisie wordt informaliteit in de vorm van open ontmoetingen - gekenmerkt door keuzevrijheid - gezien als een bepalende factor voor wat werkt in en voor samenlevingsopbouw (Pelt, Rensen, & Spierts, 2024). [1]  In een review van beschikbare studies naar het ontstaan  van nieuwe contacten in community organisaties stellen de auteurs dat er drie thema’s zijn die de situationele dynamiek beïnvloeden, namelijk het belang van gestructureerde programma’s en activiteiten als ‘prompts’ voor het maken van connecties, het creëren van ruimtes voor informele interactie en het ontstaan van wederkerigheid op basis van overeenkomsten en verschillen (Lauer, Wong, & Yan, 2024).

Vrijetijdsinfrastructuur als samenspel van plekken, activiteiten en evenementen

Aandacht voor een breed gedefinieerde vrijetijdsinfrastructuur impliceert dat we moeten kijken naar het beschikbaar maken en inrichten van plekken, zoals dat in placemaking gebeurt èn dat we daarnaast moeten kijken naar activiteiten en evenementen.

Ontmoetingsplekken zijn belangrijk, waarbij breder gekeken moet worden naar het type plekken en hoe deze gefaciliteerd kunnen worden. Met name buurthuizen en bibliotheken hebben veel aandacht gekregen. Dit wordt ook gezien door beleidsmakers, die inzetten op multifunctionele buurthuizen (zie bijvoorbeeld het onderzoek Jacobs, Weele, and Baetens (2016)). Maar er zijn ook andere locaties zoals dit onderzoek heeft laten zien. De functie van sociale (vrijetijds)infrastructuur wordt ook vervuld door private en semi-private ruimtes: een woonhuis waar een hobbyclub start, maar ook het lokale zwembad. Er is dus meer aandacht nodig voor de wisselwerking tussen plekken, ook omdat buurthuizen soms overvraagd worden.

Plekken kunnen pas als ontmoetingsplekken fungeren als er ook iets gebeurt. Maar om aan activiteiten deel te kunnen nemen, moeten mensen deze ook kunnen vinden. Hier dringt zich een tweede aandachtspunt op. Vooral meer informele activiteiten zijn namelijk niet makkelijk vindbaar. De fragmentatie van communicatiekanalen (meerdere sociale media platforms, en meerdere kanalen binnen een platform) dragen hier niet aan bij, evenals afgesloten communicatiekanalen zoals whatsapp groepen en besloten Facebook groepen rondom gedeelde interesses. Via-via informatie speelt een grote rol, maar het is juist de deelname aan informele activiteiten die via-via informatie op gang brengt. Elke ontmoetingsgelegenheid -de zwemclub op maandag, het boekenevenement op woensdag en de workshopmiddag op zaterdag- is ook een gelegenheid tot het delen van informatie over andere plekken, activiteiten, en evenementen. Meer bewustwording van deze informatieve rol helpt om de toegankelijkheid van diverse plekken en activiteiten te vergroten.

Om van sociale betekenis te kunnen zijn, is het vervolgens belangrijk dat zowel de plek als de activiteit laagdrempelig is. Dat uit zich in verschillende aspecten. Hierbij gaat het allereerst om activiteiten die -in ieder geval om te beginnen- weinig verplichtingen scheppen, wat past in de tijdsgeest. Dat wil niet zeggen dat deelname niet tot betrokkenheid kan leiden, maar betrokkenheid groeit met de tijd en met de tijdsinvestering. Daarnaast is er het financiële aspect. De kosten voor toegang en deelname moeten ook behapbaar zijn voor mensen die het meeste baat hebben bij deelname aan vrije tijd voor hun sociaal welzijn. Dat kan inhouden dat bepaalde locaties en activiteiten gesubsidieerd worden. In de praktijk is het inrichten van gesubsidieerd aanbod (te) vaak gericht op bepaalde doelgroepen, waardoor anderen zich niet aangetrokken worden. Zoals Roes ook aangeeft met betrekking tot het faciliteren van een maatschappelijk middenveld via sociaal-cultureel werk, jeugdwerk en opbouwwerk: ‘De praktijk is echter dat dit soort instellingen hun capaciteit binnen de gemeentelijke prioriteitsstelling overwegend inzetten voor specifieke doelgroepen en projecten, waardoor de bevolkingsbrede ondersteuning ten behoeve van ontspanning, ontmoeting, ontplooiing en opvang is verdwenen’(Roes, 2002, p. 26). Locaties en activiteiten moeten dus niet alleen fysiek toegankelijk zijn, maar ook in andere opzichten (mentaal, sociaal) en zo ingericht dat ze associaties met één specifieke doelgroep vermijden.

Het is niettemin een illusie is om te denken dat er volledige inclusiviteit bereikt kan worden. Door bonding binnen activiteiten-wat op zich een positief gegeven is- kan een vrijetijdsactiviteit tot een besloten enclave worden met een hoge drempel voor nieuwkomers. Mensen zijn daarnaast ook geneigd om contacten te leggen met mensen zoals zijzelf (‘people like us’) en hebben behoefte aan gelijkgestemden. Ook binnen een activiteit kan groepjesvorming voorkomen. Desalniettemin zijn hier gradaties in en ook ‘oplossingen’ voor. Waar herhaling en routines belangrijk zijn voor familiariteit en vertrouwen en bonding, is het doorbreken van patronen een manier om ruimte te bieden aan het ontstaan van iets nieuws in nieuwe of bestaande contexten. Met incidentele activiteiten (een eenmalige workshop, uitje of klein evenement, een tijdelijk project) kunnen routines doorbroken worden, waarmee voorkomen kan worden dat vaste patronen inslijten en geen bewegingen plaatsvinden naar nieuwe contexten en nieuwe interacties. Dit pleit er overigens tevens voor om reguliere en incidentele vrijetijdsactiviteiten en de plekken waarin ze plaatsvinden in samenhang te bestuderen.

Bovenstaande aandachtspunten lijken misschien voor de hand te liggen, maar in de praktijk blijkt het toch vaak moeilijk om dit te realiseren. Uiteraard zijn or nog vele andere aspecten, waar in literatuur meer over te vinden is, zoals de rol van informele leiders en humor voor een positieve groepsdynamiek (Palmer & Kawakami, 2014). Ook is de aanwezigheid van vrijetijdsinfrastructuur geen toverstokje om sociale cohesie te bewerkstelligen. Uiteindelijk zijn het de mensen die zich in en door deze infrastructuur bewegen die wel of niet betekenisvolle verbindingen aangaan. Hierbij spelen -cultureel bepaalde- opvattingen over ‘wat hoort’ en over wat publiek en privé is een rol: zie bijvoorbeeld (Peperkamp & Haumahu, 2024). De vrijetijdsinfrastructuur biedt slechts de ontmoetingskaders.

Conclusie

De manier waarop we onze vrije tijd doorbrengen verandert. Individualisering, informalisering en de afname van traditionele verenigingsverbanden zorgen voor een dynamisch vrijetijdsveld waarbinnen mensen hun weg zoeken. De maatschappelijke betekenis van vrije tijd vermindert daarmee niet. Het dynamische vrijetijdsveld zorgt op een andere manier voor verbanden en verbinding, namelijk via een samenspel van plekken, activiteiten en evenementen en de bewegingen van mensen hiertussen die ontmoetingen tot stand brengen.

Deze constatering vraagt om een nieuw begrippenapparaat en een nieuwe benadering om de maatschappelijke bijdrage van vrije tijd te duiden, zichtbaar te maken en te stimuleren. Het idee van een vrijetijdsinfrastructuur -analoog aan en verbonden met sociale infrastructuur- doet recht aan deze dynamiek en complexiteit. Op het gebied van onderzoek biedt mapping een ruimtelijke benadering om deze plekken en activiteiten en hun sociale betekenis in kaart te brengen. Dit kan helpen bij het identificeren van verbanden tussen sociale infrastructuur en sociaal kapitaal zoals verschillende studies laten zien, maar ook bij het verbeteren van vrijetijdsinfrastructuren met gerichte interventies zodat vrije tijd haar maatschappelijke rol kan blijven vervullen.

Het onderzoek waarop deze publicatie berust is gesubsidieerd door Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA (NWO) in het kader van de regeling hbo-postdoc.

Bronnen

Adelfio, M., Serrano-Estrada, L., Martí-Ciriquián, P., Kain, J.-H., & Stenberg, J. (2020). Social activity in Gothenburg’s intermediate city: Mapping third places through social media data. Applied Spatial Analysis and Policy, 13, 985-1017.

Brummel, A., & Smits, R. (2021). De betekenis van sociale infrastructuur. Journal of Social Intervention: Theory and Practice, 30(4).

Commissie-Etty. (1998). Deuren Open. Verslag van de Commissie Versterking Lokale Sociale Infrastructuren. Ministerie van VWS, Rijswijk.

Fraser, T., Awadalla, O., Sarup, H., & Aldrich, D. P. (2024). A tale of many cities: Mapping social infrastructure and social capital across the United States. Computers, Environment and Urban Systems, 114. doi:10.1016/j.compenvurbsys.2024.102195

Glover, T. D., & Hemingway, J. L. (2017). Locating Leisure in the Social Capital Literature. Journal of Leisure Research, 37(4), 387-401. doi:10.1080/00222216.2005.11950059

Jacobs, M., Weele, J. v. d., & Baetens, T. (2016). Trots op ons! Over de vitaliteit van netwerken rondom Brabantse multifunctionele accomodaties. 's-Hertogenbosch: EMMA.

Klinenberg, E. (2018). Palaces for the people: How social infrastructure can help fight inequality, polarization, and the decline of civic life. New York: Crown.

Lauer, S., Wong, K. L. Y., & Yan, M. C. (2024). Social infrastructure, community organizations, and friendship formation: a scoping review. Community Development Journal. doi:10.1093/cdj/bsae023

Palmer, D. A., & Kawakami, A. (2014). Tie Formation and Cohesiveness in a Loosely Organized Group: Knitting Together. Qualitative Report, 19(41).

Pelt, M. v., Rensen, P., & Spierts, M. (2024). Wat werkt bij samenlevingsopbouw. Movisie.

Peperkamp, E., & Haumahu, D. (2024). The community ‘living room’–social interactions and social capital in a community activity in the Netherlands. Leisure studies, 43(4), 578-591.

Piasek, G., & Garcia-Almirall, P. (2023). Vulnerable neighbourhoods, disaffiliated populations? a comprehensive index of social capital and social infrastructure in Barcelona. Buildings, 13(9), 2249.

Roes, T. (2002). Sociale cohesie en sociale infrastructuur - Verkenning van beleidsmogelijkheden en bestuurlijke modellen. Werkdocument 79. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Van Ingen, E., & Van Eijck, K. (2009). Leisure and social capital: An analysis of types of company and activities. Leisure Sciences, 31(2), 192-206.

van Weerdenburg, D., Scheider, S., Adams, B., Spierings, B., & van der Zee, E. (2019). Where to go and what to do: Extracting leisure activity potentials from Web data on urban space. Computers, Environment and Urban Systems, 73, 143-156.

Zahnow, R. (2024). Social infrastructure, social cohesion and subjective wellbeing. Wellbeing, Space and Society, 7, 100210.

Trefwoorden: onderzoek, vrije tijd, leisure, gezondheid, welzijn, community

CELTH



||| Nieuws |||

09/01/26
Raad van Advies Zeeuwse Merkorganisatie aan de slag
Op donderdagmiddag 8 januari werd op de Abdij in Middelburg de Raad van Advies van de Zeeuwse Merkorganisatie (ZMO) officieel geïnstalleerd. Met daarin een aantal bekende gezichten uit het toeristische vakgebied.
09/01/26
Exclusief voor leden
Eindhoven Airport heeft natuurvergunning nodig na meer stikstof
Eindhoven Airport vraagt een natuurvergunning aan bij het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). Reden hiervoor is de hogere uitstoot van stikstof als gevolg van vlootvernieuwing en vlootverzwaring.
09/01/26
Exclusief voor leden
Kunst en cultuur wordt luxeproduct
Lambert de Pater (relatiemanager kunst & cultuur Triodos): "Hoewel discussies over kunst en cultuur vaak blijven steken bij cijfers over bezoekersaantallen en subsidies, is de echte waarde veel breder. Het risico is dat we kunst reduceren tot een luxeproduct, terwijl ze in werkelijkheid een levensader vormt voor verbeeldingskracht, innovatie en samenleven."
18/12/25
Toerisme en recreatie spelen structurele rol in de leefbaarheid
In december heeft Destinatie Nederland een zienswijze ingediend op de Ontwerp Nota Ruimte. Toerisme en recreatie spelen een structurele rol en daar is ruimte voor nodig.
16/12/25
Utrecht Marketing gaat over naar Utrecht & Partners
Utrecht Marketing presenteerde onlangs haar Meerjarenplan 2026–2029 en ondertekende samen met wethouder Susanne Schilderman de meerjarenopdracht van de gemeente Utrecht. Tijdens dezelfde bijeenkomst maakte de organisatie bekend dat zij per 1 januari 2026 verdergaat onder een nieuwe naam: Utrecht & Partners.
15/12/25
Verdubbeling doorfietsroutes tot 2030
De Nederlandse doorfietsroutes zijn het afgelopen jaar opnieuw flink uitgebreid. In 2025 is het netwerk gegroeid naar 1.118 kilometer gerealiseerde doorfietsroutes, een toename van 137 kilometer ten opzichte van vorig jaar. De komende vijf jaar verdubbelt dat waarschijnlijk met 1.198 kilometer naar een totaal van 2.316 kilometer. Dat blijkt uit een inventarisatie van samenwerkingsorganisatie Tour de Force.
11/12/25
Exclusief voor leden
Startsein beplanting recreatiegebied Bonnenpolder
Met een feestelijke starthandeling is op 5 december officieel het startsein gegeven voor de realisatie van het nieuwe natuurgebied in de Bonnenpolder in Hoek van Holland. Een mooi project voor het vakgebied omdat het ook de recreatiedruk verlicht.
10/12/25
Groningen vraagt beleidsaanpassing Ontwerp-Nota Ruimte
De noordelijke provincie wil vier belangrijke punten in de Ontwerpnota laten aanpassen. Met grote rol voor onder meer erfgoed, natuur en de balans met economie.