Geplaatst op: 28-11-2014
Auteur: Nienke van Boom

Buitenlandse kenniswerkers: het zijn net mensen

Buitenlandse kenniswerkers: het zijn net mensen

‘Buitenlandse kenniswerkers zijn net mensen’. Deze uitspraak hoorde ik deze week tijdens de presentatie van het onderzoeksrapport van het Planbureau voor de Leefomgeving over de woon- en werkvoorkeuren van de buitenlandse kenniswerkers in Nederland. Een prikkelende uitspraak waarmee de spreker wilde benadrukken dat dé buitenlandse kenniswerker niet bestaat. Buitenlands of niet, kenniswerker of niet, uiteindelijk zoekt iedereen een fijne woonomgeving die past bij zijn of haar leefsituatie. Een gezin met kinderen heeft andere woonwensen dan een alleenstaande of een kinderloos paar; kenniswerkers uit China hebben weer andere wensen dan die uit Zuid-Afrika of Duitsland; en kenniswerkers werkzaam in technische beroepen hebben weer andere wensen als degenen werkzaam in de creatieve sector. Kortom: een van de conclusies uit het PBL-rapport is dan ook dat het weinig zin heeft om beleid te voeren op ‘dé buitenlandse kenniswerker’. We moeten meer aandacht hebben voor de diversiteit van deze groep. Het zijn tenslotte nét mensen.


Maar er zit denk ik nog een betekenis in deze uitspraak die onderbelicht bleef in het rapport en tijdens de presentatie. Het bewustzijn dat het hier gaat om mensen die hun huis en haard achter zich hebben gelaten om een nieuw leven op te bouwen in een nieuwe stad. Werk en woning zijn relatief snel gevonden, maar dan begint het ‘living in’: het je thuis voelen in de nieuwe stad, je weg vinden en het opbouwen van nieuwe sociale contacten. Ik lees zo’n rapport natuurlijk vanuit het perspectief van mijn promotieonderzoek waarin ik de rol van vrijetijdomgevingen in de totstandkoming van sociaal-ruimtelijke binding probeer te onderzoeken. Wat zegt dit rapport hierover?


Een opvallende conclusie van het rapport is dat kenniswerkers in het algemeen, en buitenlandse kenniswerkers in het bijzonder, een voorkeur hebben voor (centrum-) stedelijke woonmilieus. Dit is niet zo verrassend – in de literatuur is al vaak aangetoond dat kenniswerkers een voorkeur hebben voor de stad: vooral de zogenaamde ‘creatieve klasse’. Maar wat maakt die (centrum-) stedelijke gebieden zo aantrekkelijk? Het onderzoek laat zien dat hier onder andere de nabijheid en bereikbaarheid van het werk en openbaar vervoer een rol speelt. Daarnaast lijken ook de nabijheid van dagelijkse voorzieningen (winkels, supermarkt) van belang.


Maar hoe zit het dan met die vrijetijdomgevingen? Het onderzoek heeft onder andere gekeken naar het belang dat gehecht wordt aan de nabijheid tot culturele voorzieningen. Deze scoren bijzonder laag in het relatieve belang voor de locatiekeuze, vooral bij kenniswerkers die werkzaam zijn in technische beroepen. Verrassend is echter dat de creatieve kenniswerkers hier ook weinig waarde aan lijken te hechten, zelfs minder nog dan de kenniswerkers uit de ‘overige’ beroepsgroepen. Dat is een eigenaardige uitkomst, die veel ander onderzoek naar deze relaties weerspreekt. Wat kunnen en mogen we hieruit concluderen? Is de aanwezigheid van culturele voorzieningen dan helemaal niet zo belangrijk voor deze kenniswerkers? Wordt hun voorkeur voor binnenstedelijke woonomgevingen dan alleen verklaard door factoren van meer praktische aard (zoals reistijd naar werk, openbaar vervoer, supermarkten)?


Ik vraag het me af. Als je gaat kijken hoe culturele voorzieningen gedefinieerd zijn, dan valt mij op dat hier gevraagd wordt naar het relatieve belang van meer klassieke culturele voorzieningen zoals theaters, concerten en musea. Dit zijn voorzieningen waar men, over het algemeen, niet op dagelijks of zelfs wekelijkse basis gebruik van maakt. Bovendien zijn het voorzieningen die van meer passief-consumptieve aard zijn, waarbij weinig interactie plaats vindt tussen bezoekers. Ik zou mijn woonkeuze ook niet baseren op een voorziening waar ik op zijn hoogst een of twee keer per maand kom. Het feit dat creatievelingen minder waarde hechten aan deze voorzieningen dan ‘overige’ kenniswerkers, doet vermoeden dat hier misschien meer gaat om het type culturele voorzieningen wat bevraagd is, dan om culturele of vrijetijdvoorzieningen in het algemeen.


De economisch-geograaf Richard Florida stelt bijvoorbeeld dat de creatieve klasse juist een interesse heeft in een ander soort culturele ‘voorziening’, de authentieke ‘street-level culture’. De creatieveling, volgens Florida, wil zich graag begeven tussen de ‘creators and their creations’. Zij zijn juist minder geïnteresseerd in de passieve consumptie van cultuur, maar geven de voorkeur aan het participeren, beleven en deel- zijn van een culturele scene. Die scene concentreert zich minder in de klassieke voorzieningen zoals theaters, concertzalen en musea, maar eerder in de meer kleinschalige voorzieningen zoals galeries, koffiehuizen, barretjes, specialistische winkeltjes, events of gewoon op straat. En inderdaad: uit het PBL-onderzoek blijkt dat de nabijheid van barretjes, restaurants, cafés en delicatessenwinkels van groter belang geacht worden voor de woonlocatie dan de klassieke culturele voorzieningen. Zou dat misschien een indicator zijn voor het belang van deze street-level culture?


Street-level culture laat zich lastig definiëren in termen van voorzieningen, maar lijkt eerder een combinatie van sociale en culturele elementen – van levendigheid, densiteit, sociabiliteit, diversiteit, sfeer en waarden of betekenissen. Zo’n street-level scene biedt de mogelijkheid om deel te nemen aan bepaalde praktijken waar men gelijkgestemden tegenkomt, ideeën of interesses uitwisselt en betekenissen ontstaan. Sociaal-culturele processen dus, waaruit sociale relaties tot stand komen of worden versterkt, vriendschappen kunnen worden opgebouwd en gemeenschapsgevoel kan ontstaan. Zou die voorkeur voor stedelijkheid, en vooral de Amsterdamse stedelijkheid, daar mee te maken kunnen hebben? In centrum-stedelijke gebieden zijn nu eenmaal meer mogelijkheden om in de directe nabijheid van de woning dergelijke contacten op te doen. Zeker in een internationale stad zoals Amsterdam, waar de kans dat je andere internationals tegenkomt nu eenmaal groter is dan op het platteland.


Deze gedachte zoemde nog door mijn hoofd toen ik de dag na de presentatie van het PBL-onderzoek aanwezig was bij een activiteit voor internationals in het Parktheater in Eindhoven (georganiseerd door studenten van de Academy for Leisure). Ik raakte daar in gesprek met enkele partners van buitenlandse kenniswerkers*. Zij hadden hun eigen baan opgegeven en waren hun partner gevolgd naar een nieuw land en een nieuwe stad. Een moeilijke positie: dit waren vrouwen die hoogopgeleid zijn, een goede baan hadden in hun thuisland, en opeens in een situatie terecht gekomen zijn waarin zij geen werk hebben (en moeilijk kunnen vinden), zonder familie en vertrouwde vrienden om hen heen, de taal niet spreken, en de weg niet goed kennen in de stad. De Griekse Aspasia had deze gelegenheid aangrepen om eindelijk eens het Parktheater, waar ze zo dicht bij woont, te bezoeken. Ze had al vaker binnen willen kijken, maar durfde niet goed omdat ze niet wist of ze welkom was, of mensen alleen Nederlands zouden praten, of omdat het misschien heel duur zou zijn. Aspasia lijkt zich niet echt thuis te voelen in Eindhoven.


Toen we in gesprek waren over het type activiteiten waar ze graag aan deel zou willen nemen, riep ze uit dat ze graag met anderen van muziek, dans en eten wil genieten. Mijn suggestie om dan iets te doen vanuit haar culturele achtergrond (zoals Griekse dans) wees ze resoluut af: ‘Nee, dat niet! Gewóne muziek, en gewóne dans. Zoals iedereen over de hele wereld danst als ze jong zijn. Ik word al iedere dag geconfronteerd met het feit dat ik Grieks ben. Dat ik hier niet thuis ben. Ik wil juist iets doen wat ons allemaal verbindt’. De Spaanse actrice Coleta bevestigt die behoefte aan dit soort activiteiten die taal- en culturele barrière overstijgen.


Ik sprak ook met de Russische Aleksandra en de Italiaanse Carlo, die zich hier beter op hun gemak lijken te voelen. Carlo heeft hier gestudeerd en heeft inmiddels ook wat Nederlandse vrienden. Aleksandra is vooral bevriend met andere ‘partners-van’. Het is best lastig om écht bevriend te raken met Nederlanders, zo is Carlo’s ervaring. De reactie van Aleksandra hierop is opvallend: ‘Waarom zou ik Nederlandse vrienden maken? Ik ben toch niet van plan om hier lang te blijven. Ik heb nu vrienden hier uit allerlei verschillende landen. Dat is genoeg voor mij.’ Ook Aspasia ziet haar verblijf als tijdelijk. Sterker nog, ik schrok een beetje van de vurigheid waarmee zij verkondigen dat ze hier niet al te lang willen blijven.


Deze twee bijeenkomsten, de presentatie van het onderzoeksrapport óver de internationals, en de gesprekken met de mensen zelf, bevestigen voor mij vooral het belang van het sociaal-culturele aspect van ‘living in’. Volgens mij is er nog een wereld te winnen, en te onderzoeken, als het gaat om die zachtere waarden van vrijetijdomgevingen: de rol die deze plekken kunnen innemen om mensen met elkaar in contact te brengen, met locals of met andere internationals. En ja inderdaad, wellicht om de internationals op die manier te binden aan de stad en te voorkomen dat ze na enkele jaren weer vertrekken. Maar voor mij is dat niet het belangrijkste. Ik hoop dat mijn onderzoek uiteindelijk leidt tot meer inzicht in wat er voor nodig is om het tijdelijke of minder tijdelijke verblijf van Aspasia, Aleksandra, Coleta en Carlo een stuk prettiger te maken.


Buitenlandse kenniswerkers, en hun partners, zijn tenslotte gewone mensen.


Dit blog is gebaseerd op het rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving getiteld ‘Buitenlandse kenniswerkers in Nederland. Waar werken en wonen ze en waarom?’ Dit rapport werd op 18 november 2014 gepresenteerd in Den Haag. De bijeenkomst Mix & Match: Internationals & Arts vond plaats in het Parktheater op 19 November 2014 en werd georganiseerd door studenten van de projectgroep ConFusion van de minor Creative Industries, Academy for Leisure NHTV Breda.


* De voornamen van de personen die ik heb gesproken zijn gefingeerd. Omdat de gesprekken in informele setting hebben plaatsgevonden, zijn de gesprekken niet geregistreerd. Het is daarom geen letterlijke weergave van hun uitspraken, maar een gereconstrueerde en vertaalde versie hiervan. Vanwege deze beperking gebruik ik niet de echte namen van de personen om wie het gaat. Ik hoop hun ervaringen wel zo juist mogelijk weergegeven te hebben in dit stuk.


Meer lezen over het onderzoek van Nienke van Boom? Lees dan hier het artikel 'Jonge hoogopgeleiden willen wonen in een stad waar iets te beleven valt'.

Topics:Onderzoek
Trefwoorden: internationale kenniswerkers, keuzebeslissingsproces, vrijetijdsvoorzieningen
















||| Twitter |||

||| Nieuws |||

16/11/17
Exclusief voor leden
ZeelandPas wordt ook sleutel
De ZeelandPas wordt in de toekomst ook de digitale sleutel om toegang te krijgen tot de verblijfsa...
08/11/17
Polarisatie beroepen en inkomens vooral in steden
In de Randstad daalt het aandeel banen voor mensen met een midden inkomen en stijgt het aandeel ba...
03/11/17
Naam NHTV verdwijnt
De NHTV krijgt een nieuwe naam: Breda University of Applied Sciences. Binnen de opleiding w...
03/10/17
Exclusief voor leden
Noorden krijgt lector Ondernemen in Verandering
Op woensdag 11 oktober installeren de Colleges van Bestuur van de Hanzehogeschool Groningen en het ...
15/09/17
Koopkracht Nederlanders groeit sterk maar niet voor iedereen
Nederlanders hebben vorig jaar 2,7 procent meer koopkracht gekregen. Dat is goed nieuws voor onze ...
08/09/17
Nieuwe eigenaar voor Dynamic Concepts Consultancy
Benjamin Nicholson heeft het mede in onze sector opererende onderzoeksbureau Dynamic Concepts Cons...
07/09/17
NHTV doet onderzoek naar cultuurbeleving jongeren
NHTV gaat onderzoeken hoe jongeren culturele activiteiten beleven om te ontdekken welke vormen van ...
05/09/17
Subsidie voor CELTH in 2018
Minister Bussemaker van OCW heeft financiering in 2018 toegekend voor alle 19 Centres of Expertise....
Partners
NHTV internationaal hoger onderwijs Breda
Initiatiefnemers
NRIT Media
Vrijetijdsnetwerk